skip to Main Content

Trage slak

Kleine Jack liep dagelijks van de Spieghelstraat (zie vorig stukje) naar de lagere school aan de Vondelstraat en weer terug. Zijn veel te grote klas – ook toen al – was opgedeeld in twee segmenten: een linker en een rechter, een trage en een snelle helft. En u voelt het al; onze Tere Ziel hield zich op in het langzame deel en werd daar constant aan herinnerd. Jij Bent Een Langzame Leerling, leek er in grote letters boven de ingang van het leslokaal te staan.
Hopeloos ongelukkig voelde hij zich op die school, gerund door meester Vrees die zelf de zesde klas onder zijn hoede had. Maandagochtend het eerste uur was het ‘versje’. Je kon dan zomaar overhoord worden op een psalm of een gezang van een aantal coupletten, dat voor het weekeinde was opgegeven en je min of meer foutloos moest kunnen opzeggen. Kleine Jack zat nog niet in de zesde, maar zijn eigen meester moest van ver komen, helemaal uit Drente, en was het eerste uur van de week altijd afwezig. Dus nam meester Vrees diens klas er ook even bij en overhoorde het ‘versje’.
Tussen meester Vrees en Kleine Jack is nooit een hartelijke band ontstaan. In tegendeel, meester Vrees, hoofd uitvoerder van het twee-snelheden-beleid, vond hem een trage slak en misschien was dat ook wel zo, maar dan nog… Eigenlijk was Kleine Jack bang van meester Vrees.
Op een maandagochtend, toen hij zijn versje weer eens niet zonder haperen kon opzeggen en zich bovendien in al zijn zenuwen onhandig gedroeg, werd hij door meester Vrees de klas uitgetrapt. Letterlijk, met zo’n schoen van een puntig model dat toen in de mode was. Waar was zijn eigen meester toch? Waarom moest die stomme trein er zo lang over doen om helemaal uit Drente te komen..?
Jaren later, toen meester Vrees afzwaaide na vijfenveertig jaar trouwe dienst in het onderwijs, verscheen er een interview met hem in Het Lokaaltje. Daarin vertelde hij met trots over zijn leerlingen en in het bijzonder over twee die naam gemaakt hadden in een schrijvend vak, te weten: Rob Bakker, de te vroeg overleden voorzitter van de internationale journalistenvakbond en ene Jac. de Feyter die een heuse roman had laten verschijnen bij uitgeverij Contact te Amsterdam. Toen hij dat artikel las, was het alsof hij opnieuw die trap onder zijn kont voelde, want hoe kon iemand geuren met iets waar hij part noch deel aan had gehad…

Back To Top