skip to Main Content

Opa vertelt…

In het ‘stukkie’ van vorige week werd de Beatrixschool genoemd. Schrijvend eraan schoot Jack van alles te binnen omtrent de tijd, plusminus 1955, dat hij daar op school zat.
Je hoefde toen als kind nog niet naar school gebracht te worden; je liep er gewoon ZELF naar toe. De Beatrixschool lag midden in de weilanden en de Vondelstraat was niet meer dan een karrenspoor. Vlakbij school werd je soms opgewacht door een kerel op een bakfiets die vodden inzamelde. En dan niet voor een goed doel. Nee, dat deed die man om geld-te-verdienen. Voor een kilo vodden kreeg je een molentje waarvan er een aantal in de zijkant van de bakfiets gestoken was en die in de zomerse wind ronddraaiden om je jeugdige hebzucht te wekken. Vodden-voor-een -molentje, heette dat.
Maar wat het meeste indruk maakte in die dagen was het verschrikkelijke ongeluk dat een van de leerlingen van de Beatrixschool overkwam. Tijdens het aanleggen van de Vondelstraat reed een vrachtwagen met een zware wals eraan vast op en neer om de ondergrond in te klinken. Een jochie van twee klassen lager -z’n zusje zat bij de kleine Jack in de klas- was op de vrachtwagen geklommen, eraf getuimeld en daarbij onder die zware wals terechtgekomen. Toen onze protagonist langs de plaats des onheils liep, had het onderwijzend personeel al een groot laken over het stoffelijk overschot gelegd, maar hij had gezien dat het laken niet toereikend was om wat er van dat joch resteerde af te dekken. De hele school was weken lang van slag.
Zo was de Vondelstraat in zijn herinnering op de kaart van Alkmaar gekomen. Nu, bijna vijftig jaar later, rijdt hij veelvuldig over de Vondelstraat, langs diezelfde plek en denkt hij nog wel eens aan dat afschuwelijke voorval en dat onfortuinlijke binkie. Soms zit zijn dochter naast hem. Hij brengt haar dan weg of haalt haar op. Dat moet wel, omdat nu geen enkel kind, speels en dromerig, tegen de huidige verkeersstroom over de Vondelstraat is opgewassen.
Ach Alkmaar…, je was toen een overzichtelijk dorp en iedereen reed nog gewoon op de fiets, zodat al die kaaskoppen deel uitmaakten van het beschermde stadsgezicht. Wat is er van ons geworden…

Back To Top