skip to Main Content

Laatste ritje

Alle gangen in het MCA leken op elkaar, maar uiteindelijk vond hij kamer 617. In het schemerige vertrek zat zijn vader scheefgezakt in een zitkarretje voor het bed, z’n weekendtas als een trouwe metgezel aan zijn voeten. Jack schrok toen hij hem zo zag zitten. Nog altijd voelde hij zich een jongetje in de nabijheid van zijn vader, maar wat hij aantrof in het karretje was bijna verschrompeld en in niets meer de weerbare man van voorheen. Hij boog zich ongerust voorover (leefde hij nog wel?) en toen hij hem hoorde ademen maakte hij hem wakker.
“O, ben jij het”, schrok z’n vader op.
Jack hielp hem rechtop zitten. Er verscheen een verpleegster, die de weekendtas op de treeplank van het karretje zette. Z’n vader zocht in zijn zakken en gaf haar een stevige fooi, die ze zonder ernaar te kijken wegstopte in de zak van haar schort. Ze bedankte hem met een zakelijke stem. Geld heeft nu nog minder waarde voor hem dan voorheen, dacht Jack en hij keek vertederd op hem neer.
Hij duwde z’n ouwe heer voor zich uit door die eindeloze gangen. Zo lopend, met dat vlieggewicht in het karretje, moest hij denken aan de keren dat zijn vader hem in bescherming genomen had, zoals in die stormnacht van februari ’53. Hoe hij wakker was geworden van die angstaanjagende wind en hoe zijn vader hem op de arm nam en geruststelde. In zijn herinnering had die grote, sterke kerel de bulderende wind met zachte stem tot bedaren gebracht, maar van diezelfde man was niet veel meer over en de rollen waren al een poosje omgekeerd.
In de auto naar huis legde Jack zijn hand op de knie van zijn vader; een benige, broze knie. En onder het rijden had zijn vader plotseling gezegd: “Ik zal je dochter niet zien opgroeien… Er klonk oneindig veel spijt door in zijn stem.
En toen had Jack zich vreselijk onbeholpen en verdrietig gevoeld en hij wist niets anders te zeggen, dan dat het leven een soort estafette is en dat het stokje steeds weer wordt doorgegeven. Het klonk vreselijk onbenullig, maar hij wist geen andere woorden van troost te vinden. En de hele weg terug had hij in de tweede versnelling afgelegd, soms hortend en dan weer met een gierend toerental om maar niet zijn hand van die breekbare knie weg te hoeven halen.

Back To Top