Parijs

Parijs.

Laatst was hij enkele weken in Parijs en hij gaat u vertellen hoe hij daar even de deur uitging voor een boodschap. Eerst naar de Monoprix voor soep, melk en koffie. Daarna naar een wijnspeciaalzaak. Een caviste noemt meneer zich; een gast met een jolig hoedje op. Op de folie waarin de fles gewikkeld was stond gedrukt Un bon vin s’achète chez un Bon Caviste=een goede wijn koop je bij De Specialist. Zo is het maar net. En dat doen ze hier dan ook vol overtuiging.
Het was tegen zessen en ze stonden in de rij voor de kassa. Allemaal kritische klanten, die heel specifiek die ene wijn wilden hebben, passend bij hun maaltijd.
De modieuze mevrouw voor hem zelfs twee flessen. Eén daarvan had de verkoper in het vak liggen en de andere wilde hij uit de etalage halen, maar daar ging ze voor liggen. “Nee”, hield ze hem tegen, “die heeft de hele dag of langer in het volle licht gestaan” Haar felle verontwaardiging vulde de ruimte van voor- tot achetrdeur en zij, de wachtenden in de rij, stonden er bedremmeld bij.
Toen hij aan de beurt was, wees hij zijn flesje ook aan in de etalage: “Cette bouteille là, s’il vous plaît”= Die fles daar, maar inmiddels had de olijkerd zijn les geleerd en haalde zijn exemplaar helemaal onderuit de stelling; een Syrah 2012 Les Terroir d’Altitude. Straks zoek ik mijn eten bij deze wijn inplaats van andersom, nam hij zich voor. Wat te denken van een schaaltje charcuterie bij de traiteur met wat stokbrood?
Heerlijk toch, zo’n grote stad waar mensen lastig kunnen zijn, maar wel geld voor kwaliteit over hebben. Ze gaan hier tegen sluitingstijd nog even gauw naar de wijnboer voor een flesje bij het avondeten. En dan is er vijftig meter verderop nog zo’n drukke wijnzaak.
Het eerste glas uit de fles was iets te koud en de wijn daardoor wat hard. Daar had hij als ervaren ‘wijnoloog’ om moeten denken. Foutje.