Alle berichten van jac

Iran

Iran

Vorige maand was hij in Iran, een land zonder wijn. Alcohol is streng verboden in deze heilstaat van de mullahs. Zoenen op straat mag ook niet. Voor vrouwen gelden allerlei beperkingen.
Toch ging hij naar Iran, waar de nieuwsgierigheid van haar bevolking naar het westen en onze vrije gewoontes overweldigend is.
’Where are you from?’ is de meest gestelde vraag op straat.
Zeg je dat je uit Holland komt, dan klinkt het: “Welkom in Iran”. Niet eerder kwam hij een nieuwsgieriger -in de goede zin van het woord- volk tegen dan het Iraanse. Ook naar wijn zijn ze nieuwsgierig, maar dat komt omdat het verboden is. Hij dronk er stiekem arak bij mensen thuis. Dat zie je vaker; daar waar veel verboden is gebeurt veel in het geniep.
Ook at hij er het traditionele gerecht ‘ghormeh sabzie’, een kruidige stoofpotje en dat dan samen met een glas coca cola; een barbaarse combi.
Dik vijfentwintig jaar terug, voordat Iran een moslimland werd, was er wel wijn verkrijgbaar. En tot 1760 had Nederland een handelspost in de stad Shiraz, waar het specerijen ruilde tegen wijn. Vooral wijn van de enig bekende druivensoort daar, de Syrah.
Zelf reisde hij niet verder het land in dan halverwege die voormalige wijnstad. Ze zal op zijn lijstje ‘to go’ plekken blijven staan. Shiraz, stad van dichters en verdoemde wijngaarden.
In Isfahan werd hij bij een familie thuis uitgenodigd en kwam er een fles arak -wat zowel zweet als gedistilleerd betekent in het Arabisch- ter tafel. Al gauw kreeg deze visite het karakter van een klandestiene bijeenkomst, alsof het gezelschap aan de dope zat en de fles rondging als een ‘stickie’.
Hij mistte de wijn. De heer des huizes kwam hem tegemoet met een zelfgemaakte rode wijn. Hij nam een voorzichtig teugje, waarop de trotse wijnmaker onmiddellijk de vraag stelde:”En… hoe vind je het? Hem daarbij verwachtingsvol aankijkend.
Dan is het wijs om te zeggen: “Very special”. Altijd een veilig antwoord als het een vieze wijn betreft.

Parijs

Parijs.

Laatst was hij enkele weken in Parijs en hij gaat u vertellen hoe hij daar even de deur uitging voor een boodschap. Eerst naar de Monoprix voor soep, melk en koffie. Daarna naar een wijnspeciaalzaak. Een caviste noemt meneer zich; een gast met een jolig hoedje op. Op de folie waarin de fles gewikkeld was stond gedrukt Un bon vin s’achète chez un Bon Caviste=een goede wijn koop je bij De Specialist. Zo is het maar net. En dat doen ze hier dan ook vol overtuiging.
Het was tegen zessen en ze stonden in de rij voor de kassa. Allemaal kritische klanten, die heel specifiek die ene wijn wilden hebben, passend bij hun maaltijd.
De modieuze mevrouw voor hem zelfs twee flessen. Eén daarvan had de verkoper in het vak liggen en de andere wilde hij uit de etalage halen, maar daar ging ze voor liggen. “Nee”, hield ze hem tegen, “die heeft de hele dag of langer in het volle licht gestaan” Haar felle verontwaardiging vulde de ruimte van voor- tot achetrdeur en zij, de wachtenden in de rij, stonden er bedremmeld bij.
Toen hij aan de beurt was, wees hij zijn flesje ook aan in de etalage: “Cette bouteille là, s’il vous plaît”= Die fles daar, maar inmiddels had de olijkerd zijn les geleerd en haalde zijn exemplaar helemaal onderuit de stelling; een Syrah 2012 Les Terroir d’Altitude. Straks zoek ik mijn eten bij deze wijn inplaats van andersom, nam hij zich voor. Wat te denken van een schaaltje charcuterie bij de traiteur met wat stokbrood?
Heerlijk toch, zo’n grote stad waar mensen lastig kunnen zijn, maar wel geld voor kwaliteit over hebben. Ze gaan hier tegen sluitingstijd nog even gauw naar de wijnboer voor een flesje bij het avondeten. En dan is er vijftig meter verderop nog zo’n drukke wijnzaak.
Het eerste glas uit de fles was iets te koud en de wijn daardoor wat hard. Daar had hij als ervaren ‘wijnoloog’ om moeten denken. Foutje.

Geluk

Alle Geluk

Voor de laatste keer verblijven we met deze vertelling in de Minervois, waar hij lang geleden woonde. Het is het jaar nadat hij er de druivenpluk deed en inmiddels is hij weer woonachtig in het grijze Holland. De kranten maken melding van hoog water in de Rijn en de CAO-onderhandelingen in de metaal zijn weer eens vastgelopen.
Nog één keer moet hij terug naar Frankrijk om wat zaken af te ronden en samen met een vriend, tuk op een weekje er tussenuit,vangen ze de reis aan naar het zonnige zuiden.
Bij de Cave Coöperative in Pepieux staat nog steeds tien liter wijn in depot, omdat de druivenpluk niet alleen met centjes wordt beloond, maar ook met twee liter wijn per gewerkte dag.
Eenmaal gearriveerd, is de eerste gang naar het restant van de wijn en daarmee rijdt ons duo spoorslags naar zijn huisje, bovenop een berg.
Dan begint een weekje cocooning zonder weerga. Na alle lange kilometers in de auto hebben ze geen zin om opnieuw in dat stuk blik te kruipen.
Overdag genieten ze van het heldere uitzicht op de besneeuwde pieken van de Pyreneeën en s’avonds kijken ze uit over de donkere vallei, waar lichtjes de plek verraden van de dorpjes beneden hen. De hangmat tussen boom en muur is zo weer opgehangen en ze verdoen hun dagen met praten&lezen dat het een lieve lust is.
In zijn inmiddels overwoekerde tuintje bij de bron vinden ze nog wat prei en worteltjes en een gewas dat de Fransen blet noemen, een soort uit de hand gelopen spinazie. Daarvan eten ze elke dag en iedere dag maakt zijn vriend daar een ander sausje bij zodat ze toch heel gevarieerd eten. Ook de wijn past er prima bij, een persing van voornamelijk garignan. Meestal past lokale wijn uitstekend bij lokale gerechten. Van oudsher is dit door de bevolking op elkaar afgestemd.
Als hij persé van zijn berg af moet om beneden iets te regelen, weet hij niet hoe snel hij terug moet gaan: terug naar de gesprekken, het uitzicht vanuit de hangmat en de smulwijn.

Oude liefde

Oude liefde

Tijdens zijn verblijf in de Minervois, waar hij toen woonde, bezochten hij en zijn toenmalige vriendin een Franse kennis, die kort daarvoor een wijngaard had geërfd. Dat stuk grond zat al heel lang in de familie en hoewel zijn kennis zich nooit met het maken van wijn had bemoeid en een onbezorgd en voornamelijk bezoldigd leventje leidde, moest hij ineens gaan nadenken over wat hij met die wijngaard, nog in vol bedrijf, aanwilde: opdoeken? verpachten? zelf exploiteren?
Kortom, hij was bij een splitsing op zijn levenspad aangekomen en voelde de druk van de familietraditie op zijn schouders.
Al met al was het een genoeglijke samenkomst bij een glas lokale wijn en op het eind van de avond kregen ze een flesje van het domein mee; zonder etiket en onder een dikke laag stof. “Een typisch zuid franse blend van grenache en mourvedre: werd erbij gezegd. “Kruidig&fruitig tegelijk. En”, wist zijn kennis bij het toestoppen van zijn gift nog te melden: “De laatste oogst van mijn overleden vader. Een uniek flesje”.
In zeker opzicht was de hele avond uniek. Op weg naar huis in het pikkedonker stonden de sterren boven hun hoofd in de juiste positie te fonkelen aan het firmament. De lucht was dik van de lavendelgeur en ze voelden zich innig verbonden met elkaar. Geluk lag voor het grijpen.
Later, toen hun verhouding in gruzelementen lag, probeerden ze bevriend te blijven en hebben ze dat flesje samen leeggedronken; een blend van oude liefde&vriendschap.

In den beginne

In den beginne…

Er bestaan honderden druivensoorten met elk hun specifieke kenmerken.
Een stuk of vier-vijf zijn u mogelijk bekend; Chardonnay, Merlot, Riesling, Shiraz.
De schrijver van dit stukje kent er een paar meer. Wat te denken van Marzemino, Dornfelder, Arinto, etc.
Niet altijd wist hij van hun bestaan. De allereerste keer dat hij met de wijnwereld in aanraking kwam ligt nu zo’n 40 jaar achter hem. Hij woonde toen in Frankrijk, in de Minervois om precies te zijn.
Het was een dooie streek; de enige actievelingen daar waren de druiven aan de struiken. Werk was er niet.
Tot elk najaar, dan gonsde de streek van de bedrijvigheid en hoorde je tijdens de druivenpluk ineens alle Europese talen om je heen. Hij besloot mee te doen en trof werk bij een bevriende buurman. Tijdens die zware arbeid vond er een Europese verbroedering plaats op het dorpsplein en in de cafees. Eigenlijk zou het hele Europarlement elk jaar de druivenpluk moeten doen. Dat zal ze leren!
Op een middag, tijdens een late lunch -brood, worst, wijn- vertelde een supertrotse buurman dat zijn zoon een baan had gevonden als vertegenwoordiger in druivenstruiken.
Nu kan hij zich niet meer voorstellen dat hij toen in alle ernst vroeg: ‘Zijn er dan meer soorten druiven dan rood en wit?’
Het duurde even voordat de omvang van die onwetendheid tot de plukkers doordrong en plots klonk er smalend gelach op tussen struiken. ‘Of er meer druivensoorten zijn dan twee?’. Ja, dat was een goeie mop van die domme Hollander.

Wijnreis

Wijnreis

Was-ie ‘op’ wijnreis, zoals dat heet. Het zal je hobby maar zijn; wijn. Dan moet je onder de warme Franse zon op uitnodiging allerlei wijnhuizen aandoen en daar dan ook allerlei top-wijnen proeven. Daar moet je dan iets van vinden en ook als ze goddelijk lekker zijn, ze toch uitspugen. Veel gemener kan het leven niet zijn…?
Maar het ergste van alles is wel, dat bij die uitnodiging veelal een drie- of viergangen maaltijd wordt geserveerd van een niveau dat niet alle dagen langskomt, waardoor je bij thuiskomst je neus ophaalt voor een simpele lunch van een broodje kaas met een glas melk.
‘Je moet jezelf niet teveel verwennen’, hoorde Jack zijn negenennegentig jarige moeder onlangs zeggen. Met zo’n gereformeerd levensmotto kun je blijkbaar heel oud worden.
En dus was het afzien geblazen daar op Château de Beaucastel, waar op een lange tafel, in het grind en onder een schaduwrijke boom, een uitgebreide lunch op hen stond te wachten; gamba’s, eendenborst op een bedje van spelt, ratatouille, provençaals brood en aardebeien met room tot slot. Wat is er rijker dan aan een mooi gedekte tafel te zitten en met de wind in je haren passende wijnen te drinken uit prachtig glaswerk en die wijnen dan wél te mogen doorslikken. Dan maar niet honderd geworden!
Heel in de verte rees de Mont Ventoux uit het wijnlandschap omhoog. Een berg waar vandaag de dag iedereen toch wel minstens zes keer tegenop gefietst moet hebben als penitentie voor een overdadig leven. Zij gingen die berg met squads te lijf, crossend over smalle bergpaadjes tot een hoogte van duizend meter om te zien hoe de wijngaarden erbij lagen. Groeien er dan druiven op de hellingen van die berg? Jazeker. Dan moet u tijdens die helse fietstocht echt beter opletten. En Ventoux-wijnen zijn niet de minste en zeker niet waar het gaat om de wijnen van de familie Perrin, die ons eerder nog had uitgenodigd in Avignon, in het paleis van de enige Franse paus ooit; pape Clemens V. U weet wel, de paus die op zijn buitenverblijf in Châteauneuf druiven aanplantte en waar we hedentendage de Châteauneuf du Pape aan te danken hebben. Een beetje kerkgeschiedenis komt ook de smaak van dit hemelse vocht ten goede.
Daar in de onderste regionen van dit gebouw, bovenop de wijnkelder, en in de keuken van de toenmalige paus, zaten ze met hun groepje aan een grote vierkante tafel, die tegen een houtgestookt fornuis aan stond. Bij binnenkomst rook hij al de geur van het verbrande hout , vermengd met de dampende gerechten; kruiden, knoflook en een wolkje wijn. De bediening stond in het gareel, de koks (een ietwat norse Rus en een komische Fransman) hadden de messen geslepen en de langoustines staken met hun staart omhoog uit de pan, als leken ze hen daarmee een welkom te wuiven. Enfin, het werd een dolle boel van lekker eten en drinken, kwinkslagen en verhalen met loszittende tong daar in die keuken.
Won elk van zijn team de dag daarop ook nog een Châteauneuf du Pape 2008 van Beaucastel bij het jeu-de-boulen! Veel meer geluk kan een mens niet op…

Jacq. de Feyter
(voor meer: www.nul72.nl)

Uit de kunst

Jack’s broer is al z’n hele leven kunstenaar. Inmiddels is hij tamelijk bekend en zou u eens op www.theodefeyter.nl moeten kijken om te zien hoe die bekendheid eruit ziet.
Zijn broer is, als zoveel kunstenaars, niet zijn hele leven bekend geweest. Maar dat heeft hem nooit echt geïnteresseerd. Hij wilde zijn ‘ding-doen’. Niet meer dan dat. Was hij voor bekendheid gegaan, dan was hij al lang geleden met schilderen gestopt. Maar dat was geen optie. Al moest-ie gras vreten, hij ging gewoon door…
Jack bewondert zijn broer enorm daarom. Zelf zit hij totaal anders in elkaar, wat mag blijken uit de nu volgende anekdote, waarbij we terug gaan naar hun jonge jaren.
In die tijd bewoonde zijn broer twee huizen. Eén in Alkmaar en de ander in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam op een etage die binnen afzienbare tijd gerenoveerd zou worden. Het was een tijdelijk onderkomen dat hoofdzakelijk als atelier diende. In die periode fabriekte zijn broer tamelijk grote collages van zwerfhout dat hij verzamelde op straat of aan het strand. Eén zo’n woest object hing in Amsterdam aan de muur. Het hout glad geslepen door het zeewater of ruig en gebarsten en vol met spijkers door eerder gebruik in huizen die inmiddels aan de beurt waren om geupdated te worden.
Jack was in die dagen zonder vaste woon- of verblijfplaats en zijn broer bood hem aan om voorlopig zijn intrek te nemen in de Spaarndammerbuurt. Zo gezegd zo gedaan.
Hij kwam daar aan zonder enig bezit. Nou goed, hij had een koffer bij zich met veel boeken, want lezen was in die dagen zijn passie; vooral om erachter te komen hoe schrijvers dat doen, een boek schrijven. Het lezen daar viel nog niet mee, want de etage was tamelijk donker en het bestaande licht was vooral ’s avonds volstrekt onvoldoende om bij te lezen. Daarom kocht hij nog diezelfde dag een lampje. Het was een wandlampje. Maar hoe krijg je een wandlampje vastgeschoefd aan een stenen wand zonder boormachine. Een schroevendraaier en twee schroeven waren gauw gevonden. Maar een boormachine?
De oplossing van dit probleem bleek tamelijk simpel. Gewoon het lampje vastgeschroefd in het kunstwerk van zijn broer. Een gaatje meer of minder, een schroefje erbij… wat maakt het uit. Het lampje hing daar perfect en het lezen kon nu continu doorgaan. Totdat…
Totdat zijn broer enkele dagen later zijn atelier weer eens aandeed. Hij zag het lampje vastgeschroefd in zijn creatie en ontplofte. Hoe Jack het in zijn hoofd haalde om zijn schepping te ontheiligen.
Enfin, ze zijn nog steeds goed met elkaar. Maar het scheelde weinig.