Knikkers (slot).

“Waar heb je m’n knikkers gelaten”, klonk het nog een keer en nu met lege mond.
“Welke knikkers?”, probeerde Jack tijd te winnen.
“Je weet heel goed waar ik het over heb…”
Even voor de duidelijkheid, de kamer van zijn broer bevond zich in de huiskamer in een soort uitgebouwd alkoof wat vroeger als bedstee had dienst gedaan.
Nu moet ik snel handelen, schoot het door hem heen en hij schuifelde alvast richting alkoof. “Volgens mij zijn ze gewoon in je kamer en heb je niet goed gekeken”, riep hij terug. “Ik pak ze wel effe voor je”. Bij die laatste woorden spurtte hij de laatste meters langs de tafel en dook het alkoof in. Voor zijn broer in de gaten had wat er dreigde te gebeuren lag hij vijf meter achter. Jack zocht in het alkoof rap naar een rommelig hoekje, griste de half lege zak met knikkers onder zijn jas vandaan en verscheen triomfantelijk in de deuropening, waar hij tegen zijn broer opbotste. Onder de arm van zijn grote broer door hield hij zijn ‘buit’ omhoog. “Kijk, ze lagen gewoon in zijn kamer”, riep hij naar de aanwezigen rond de tafel. “Kijk beter uit je doppen voordat je iemand beschuldigt”, voegde hij zijn broer toe. Het feit dat de zak maar half vol was ging verloren in het verontwaardigde kabaal van zijn broer.
Nu was het de taak van zijn vader om recht te spreken. Ze keken hem alletwee vragend aan en ook de anderen aan tafel keken naar hem. De kamer leek te krimpen, de lucht erin samengeperst en zwaar. Wie van deze twee botsende zonen zou hij veroordelen? Zou hij een voorkeur laten blijken? Van wie hield hij het meest?
Om de mond van zijn vader zweefde een minuscuul lachje, nauwelijks waarneembaar, maar genoeg om een broedertwist te bezweren. “En nu zitten, allebei, en je mond gebruiken om te eten. Gauw..”