Stavoren (slot)

De laatste avond zaten ze op het dakterras van Eeterij De Visserman. Dat leek zijn dochter wel een spannend plekje en ze konden er de boot waarmee ze terug zouden gaan zien aankomen. Naast hen op het terras zat een groepje zeilers; een instructeur die al een paar dagen vier cursisten onder z’n hoede had, bleek uit het gesprek dat Jack opving. Allemaal zagen ze er nagenoeg hetzelfde uit, alsof ze een uniform droegen. Blauwe polo, spijkerbroek en blauwe boot-gympen. De groep bestond uit vier mannen en een vrouw. Die laatste begon na een voorzichtige inleiding te klagen dat ze liefst alles zelf wilde doen. ‘Ik wil van mijn fouten leren’, zei ze. ‘En niet steeds aanwijzingen krijgen’. Ze pulkte aan haar horlogebandje om niemand in het bijzonder aan te hoeven kijken.
De anderen vielen haar bij. Als ze haar te veel aanwijzingen gaven dan moest ze dat verklaren vanuit hun enthousiasme…, legden ze haar uit.
De vrouw leek niet erg overtuigd. ‘Ik wil het leren in mijn eigen tempo’, vatte ze samen.
Een van de zeilers voelde zich kennelijk aangesproken. ‘Ja, ik ben nog al bazig… soms’, verontschuldigde hij zich. ‘Daar loop ik in mijn werk ook tegenaan…’ Het horlogebandje van de vrouw wilde maar niet goed zitten. ‘Daar wil ik aan werken’, trachtte hij haar te overtuigen.
‘Doe jezelf geen geweld aan’, luchtigde de instructeur van de groep. Hij was de oudste. Zijn dagtaak zat er allang op en nu moest hij ze ook nog leren droogzeilen.
‘Nee’, hield de aangesproken man vol, ‘ik kan soms zo ontzettend vrouwonvriendelijk zijn. Ik moet veel vaker de zachte kant van mezelf laten zien…’
De anderen grinnikten gegeneerd en het horlogebandje zat nu eindelijk goed. ‘Jullie mannen zijn steeds zo aanwezig’, zei ze nu opkijkend.
Later op de boot vroeg Jack aan zijn dochter: ‘Hoorde jij dat gesprek ook toen we daar zaten te eten?’ Ze knikte, keek hem aan en hij wist dat ze alletwee precies hetzelfde dachten. ‘Daar ga je iets over opschrijven’, zei ze.
‘Of jij…’, moedigde hij haar aan.