Stavoren 2

De twee dagen dat vader&dochter een kamer hadden in hotel Het Vrouwtje van Stavoren en in de omgeving op pad waren, zaten ze soms allebei tegelijk verdiept in hun schrijfwerk. Jack maakte notities voor zijn ‘stukjes’ en zijn dochter hield een dagboekje bij. En omdat ze al haar bevindingen minutieus aan het papier kwijt wilde liep ze steeds hopeloos achter met haar schrijverij. ‘Om tien over elf gingen we van huis’, zo begon ze haar reisverslag en al gauw was ze de minuten erna vergeten en kwaad op zichzelf dat ’t niet opschoot.
Onder de bomen van een terras in Hindeloopen probeerde hij haar uit te leggen dat ze veel beter kon opschrijven wat ze dacht in plaats van alle feiten achter elkaar te vermelden met de tijd erbij. Hij haalde het voorbeeld aan van zijn eigen dagboek dat hij bijhield toen hij zo oud was als zij. En dat het enige daarvan, zijn gedachten van toen, nu nog lezenswaardig was. Ze begreep het meteen en met die tip toog ze aan de slag.
Als ze zo gezamenlijk zaten te schrijven kreeg hij soms visioenen dat ze op een dag een groot schrijfster zou worden en dat ze zich dan de raad van haar vader zou herinneren. Ze zou beroemde boeken schrijven en die aan haar vader opdragen als de grondlegger van haar kunnen. Alles zou ze bereiken waar hijzelf slechts van kon dromen. Dat waren leuke gedachten, maar hij had altijd een hekel gehad aan ouders die hun kroost met eigen ambities teisterden of nog erger, een blinde vlek hadden waar het hun kinderen betrof. ‘Wat wil je later worden?’, vroeg hij ineens.
Ze keek op uit haar schriftje en zei: ‘Dat weet ik nog niet’.
‘Houen zo’, sprak hij diepzinnig. ‘Want als je iets W0RDT, moet je dat meestal net zo lang blijven doen tot de lol er vanaf gaat…’
(wordt vervolgd)