Wilde haren

Ooit bewoonde hij de halve aarde. Dat waren nog eens tijden… In Colombia aangekomen vroeg hij zich af, hoe kan ik mijn omzwervingen kostendekkend maken. Hier herkennen wij een kleine zakenman in de dop.
Ik smokkel cocaïne van Colombia naar de V.S., dacht hij. Dat was toen nog een tamelijk originele gedachte. We schrijven 1975 en hoewel verboden, was cocaïne nog onderdeel van een pretpakket en pas aan het begin van zijn criminele carrière. Hoe dat spul de V.S. in te krijgen, dacht hij jong en onbezonnen. Een halve nacht lag hij wakker en alle mogelijkheden passeerden zijn hyperaktieve brein. Gewoon een half pondje in mijn broekzak gestopt, overwoog hij brutaal. Of eh… Tot slot besloot hij het frame van zijn rugzak met het goedje te vullen. Dopjes er weer op en klaar is Kees. Ze doorzoeken mijn rugzak en onderwijl zit ’t in het frame, dacht hij vergenoegd.
Nu kwam er iets anders om de hoek kijken. Ben ik wel geschikt voor zoiets, vroeg hij zich af. Het was de nacht voor zijn vertrek. Nog steeds klaarwakker, kwam hij tot de conclusie dat hij waarschijnlijk niet over de juiste eigenschappen beschikte voor een dergelijke transaktie. Gewoon TE VEEL ZENUWEN, dacht hij, dat is het probleem met mij. Na die conclusie sliep in als een marmotje, opgelucht dat hij zichzelf ongeschikt achtte voor zoveel koelbloedigheid.
De volgende dag vloog hij naar Amerika. Op de luchthaven van Miami aangekomen, het is dus nog steeds 1975 en de electronische controle stond nog in de kinderschoenen, werd hij door de douane uit de rij gepikt en gesommeerd de inhoud van zijn rugzak op de balie uit te stallen. ‘Open up’, werd hem toegevoegd. Zo gedaan werden al zijn spullen aan een grondige inspectie onderworpen; zeepdoos geopend en het stuk zeep doormidden gesneden, de onderkant van de tube tandpasta nader onderzocht, enz. Niets verbodens werd gevonden. ‘It’s allright’, hoorde hij zeggen. En toen volgde de zin die zijn hart deed haperen. De douanebeambte, dik en goedlachs maar met een waakzame blik in de ogen, grapte in het rond: ‘Ooit heb ik hier eens iemand aan de balie gehad die het hele frame van zijn rugzak had laten vollopen met coke’. Goedgeluimd schoof hij de spulletjes van onze globetrotter op een hoop en concentreerden zich op de volgende patiënt.