Zo gaat de tijd voorbij

Een zwaarmoedige eindejaarsoverdenking

Zo gaat de tijd voorbij, zoals de gevels van de Kooltuin in het water staan en de jaren de stenen hebben aangevreten en uitgehold. Zo gaat de tijd voorbij en daar kan niemand iets aan doen. We worden ouder, u en u en jij, wij allemaal, we worden ouder. De dagen verglijden en worden willekeurige data en de jaren worden louter jaartallen.
De gevels bollen uit; hun onderzijde zwart geteerd tegen het vocht, het stucwerk hier en daar gebarsten, de ramen scheefgetrokken, hun luiken nog intact.
Hoe lang geleden is het? Hoe lang geleden liep hij hier ook al, ook over dit grachtje en ook kijkend naar diezelfde gevels, dezelfde stenen en hetzelfde mistige winterlicht dat in de ramen weerkaatst. Zo gaat de tijd voorbij en daar kan niemand iets aan veranderen. Dagdelen, weekstaten, jaaroverzichten vlieden henen en worden kale getallen.
Toen was besef van tijd ver te zoeken. Hij liep door Alkmaar en alles was vanzelfsprekend, de eeuwigheid lag in ’t verschiet.
Nu drijven er groezelige ijsplaten op het water, erin vastgevroren staat een weerbarstig kerstboompje op een plateau. Halverwege de Kooltuin steekt een paal uit het water en daarop, vastgehouden door een spijker, zit een verregende knuffelbeer gespiest. Bij wie heeft hij ooit in bed gelegen? Door wie wordt hij gemist? Scheefgezakt zit hij op zijn paal alsof hij daar eigenhandig door J.G. van de Hulst is neergezet. Hij kijkt ernaar. Het ene oog van de beer is beschadigd en daardoor is het net alsof hij een knipoog geeft. Hij staat stil en dan staat ook de tijd heel eventjes stil… Hij knipoogt terug.
Zijn dagen verglijden, ook zoals hij daar staat op de rand van de gracht, gevangen in gedachten. Zo gaat de tijd voorbij en daar kan niemand iets aan doen….