Rik

Het was zondagmorgen en ik was uit bed geglipt om te kijken of er iets in m’n schoen zat. Maar hij stond daar nog net zo onder de radiator als ik ‘m gister had neergezet. Het gras voor het paard zat er nog in en was slap geworden. Ik rende naar de slaapkamer van mijn vader en moeder en stormde naar binnen. ‘Sinterklaas is niet geweest!’, riep ik. M’n vader lag boven op m’n moeder. Ze waren aan het stoeien of zo, want m’n moeder maakte van die blije geluidjes. ‘Sinterklaas is niet langs geweest’, riep ik nog een keer. ‘Nou moet je es goed horen, Rik’, zei m’n vader met een rare stem. ‘Je bent nu al zes, dus wordt het tijd dat je weet dat Sinterklaas niet bestaat’. Ik snapte niet wat hij bedoelde en zei: ‘Hij bestaat wel. Ik heb ‘m toch zelf gezien’. M’n vader zei kwaad: ‘Welnee, dat was een verklede man… En ruim het gras op dat in je schoen zit’. Toen werd ik ook kwaad en ik moest bijna huilen toen ik op het bed klom en op zijn kont begon te slaan, die zo gek onder de dekens op en neer bewoog. ‘Hij bestaat wel… Hij bestaat wel…’, schreeuwde ik en toen begon ik echt te huilen, ook omdat mijn moeder me met haar knie wegduwde. Ze riep: ‘Rik, rot op. Ga naar beneden, televisie kijken…’ Toen hield ik het niet meer en vluchtte de slaapkamer uit. Met m’n mouw veegde ik de tranen uit mijn ogen. Zo rende ik naar buiten, op m’n blote voeten dwars door de tuin en achterom bij de buurvrouw naar binnen. Ze was net bezig Rudy aan te kleden. Rudy is mijn vriendje en de buurvrouw is een tof mens. Ik sloeg mijn armen om haar benen en zei: ‘Sinterklaas bestaat wel’. En toen begon ik weer te huilen. ‘Natuurlijk bestaat Sinterklaas wel’, zei de buurvrouw. ‘Wie zegt van niet?’ Ze liet Rudy los en ging op haar hurken voor me zitten. ‘Mijn vader en moeder zeggen dat Sinterklaas niet bestaat’, snikte ik. ‘En er zat niks in m’n schoen…’ Dan mag je je schoen voortaan hier wel zetten’, zei de buurvrouw. Ze droogde mijn tranen met haar ochtendjas. ‘Mag dat?’, vroeg ik. Ze knikte en gaf me een knuffel. Maar meteen begon ik me weer zorgen te maken en nu over mijn vader en mijn moeder. Want als ze denken dat Sinterklaas niet bestaat komt-ie natuurlijk nooit bij hun langs en dat vond ik heel erg voor ze…