Ouwe lul

Later die ochtend -tijd voor kleine klusjes – bracht hij het kapotte antwoordapparaat terug naar de firma waar hij hem gekocht had. Het was zo’n alles-in-een ding; telefoon, fax en antwoordapparaat, waarvan alleen de laatste functie het begeven had.
Hij zette het apparaat, verpakt in een lege wijndoos, pontificaal op de toonbank en meteen, althans zo kwam het hem voor, werd hij met een scheef oog aangekeken. Het was stil in de zaak en uit het kluitje hang-jongeren, verkleed als medewerkers, maakte iemand zich los en keek meewarig in de wijndoos.
‘Goeiemorgen’, kwam er uit het jongmens.
‘Ook goeiemorgen’, hield Jack de moed erin. ‘Hij is stuk en…’
‘Hoe oud is-ie’, viel het jongmens hem in de rede.
‘Een jaar of vijf’, biechtte Jack op.
‘Faxberichten gaan tegenwoordig eerder via e-mail en voor een antwoordapparaat wordt nu voice-mail gebruikt… Misschien moet u eens naar iets heel anders omzien…’, opende het jongmens zijn offensief.
‘Alleen het antwoordapparaat is stuk’, bracht Jack daar tegenin.. ‘En dat is een chip, dus ik kan ‘m niet zelf repareren’.
‘Ja, ik begrijp het’, zei het jongmens vol onbegrip. Hij begon lichte tekenen van ongeduld te vertonen. ‘Zo’n reparatie kost op z’n minst honderd euro en een nieuwe heeft u al voor rond de tweehonderd. Dat is er dan eentje met een thermische fax…’
‘Als u ‘m opstuurt, kan ik toch wel eerst een taxatie van de onkosten krijgen?’, verweerde Jack zich. Hij besefte dat zijn stem klonk als een geluid uit voorbije tijden.
‘Alleen al het openmaken van dit ding kost honderd euro’, zei het jongmens kort. Hij verlegde nu zijn aandacht naar het groepje waaruit hij zich eerder losgemaakt had en waar gelach uit opklonk.
Toen Jack weer buiten stond met de volle doos onder zijn arm geklemd, voelde hij zich moe en heel erg een ouwe lul.