Lekker bezig

Ooit is afgesproken dat Jack’s dochter een echt schilderij mag maken in het atelier van zijn artistieke broer. In de afgelopen vakantie was daar gelegenheid voor en dus gaan ze getweeën op weg, richting Amsterdam. Als ze aankomen staat alles al klaar; de penselen, de verf en de ezel. Zijn dochter is hier al een hele poos niet geweest en drentelt onwennig langs de vitrinekasten met malle attributen die figureren in de schilderijen van zijn broer.
Ze hebben een gebakje meegenomen voor bij de koffie en broer-lief is zichtbaar onthand bij zoveel intentie tot gezelligheid. O jee, waar vindt hij schone kopjes en een vorkje om het gebak naar binnen te werken is er niet. Het liefst zou hij meteen tot aktie overgaan, maar zijn dochter hecht aan het gebakje en het acclimatiseren.
Het atelier is een werkplaats, overal staan potten met kwasten, slingeren tubes verf en staan de schilderijen driedubbel dik tegen de wanden. Buiten waait een hufterige storm en Jack installeert zich na de koffie met een boek bij de kachel. Op de achtergrond hoort hij zijn broer uitleggen wat een spieraam is en hoe je daar het doek overheen moet spannen. Natuurlijk eerst een studie maken op papier voordat je met het echte werk begint. En dan is het grote moment daar dat ze haar eerste streken op het lege ‘linnen’ zet. Met één hand op haar rug buigt ze over naar het doek alsof ze met een schaatswedstrijd bezig is; honderd meter hard verven. Haar gezicht ziet bleek van concentratie en dat verbaast hem want meestal ziet ze elke vogel vliegen en is snel afgeleid.
Als hij later die middag uit zijn luie stoel komt om haar vorderingen te bewonderen, vraagt-ie: “En… ben je nou al-es beroemd?”
“Echt weer m’n vader”, zegt ze tegen zijn broer. Ze vinden het allebei een dom grapje. Beroemd zijn, wat moet je daar nou mee. “Ga maar terug naar je boek”, zegt ze en duwt hem richting stoel. “We zijn net zo lekker bezig”.