Nostalgie

Bij Jack aan tafel zaten een vrouw en een man, leeftijdgenoten van hem. Nou ja, hij verbeeldt zich dat-ie nog altijd veertig is. Dus laten we voor het gemak zeggen dat ze samen 150 jaar waren.
Het gesprek ging over vroeger en welke zwembaden ze frequenteerden in hun jeugd. Daar was het Overdekte waar Bul van Es de scepter zwaaide en waarvan iedereen aan tafel wist dat-ie in de film ‘Alleman’ van Bert Haanstra figureerde, samen met z’n bulldog. Wat overigens niets afdeed van de herinnering aan zijn schrikbewind.
“En dan had je nog het Zomerbad in De Hout”, riep een van de drie.
“Welke crimineel ooit heeft besloten dat dat moest worden afgebroken…?”, bromden ze.
“En Pesie…”, riep de manlijke Honderdvijftig-jarige. “Daar oefenden we in de liefde…”
Jack dacht aan het Pesie-bad. De hele zomer, nadat hij een ‘abbelement’ had gekregen was hij er te vinden. Het water kwam van een natuurlijke bron die werd afgescheiden van het bad door een met wier begroeide boomstam aan een ketting. Daarachter borrelde het water uit de grond en was het een tikkeltje mysterieus, ook al omdat het verboden was daar te komen.
Het gesprek aan tafel kabbelde voort maar Jack was niet meer echt aanwezig. Hij zwom in het Pesie en het regende. Zelfs op regenachtige dagen, juist dan, was hij er te vinden. Vlak voor z’n neus vielen dikke druppels in het water en hij voelde de regen op z’n kruin. Het water was lauw en hij rook heel veel buitenlucht, iets wat ze tegenwoordig ozon noemen. Het bad was uitgestorven; de schommels verlaten, het grasveld leeg. Drijvend op z’n rug probeerde hij de regendruppels met zijn ogen te vangen.
“…en dan na afloop een zoute lap”, hoorde hij de vrouwelijk Honderdvijftigjarige zeggen: “Daar hadden we een knijper voor meegenomen, die op de punt van die zoute lap gezet werd”.
Jack schrok op uit zijn gemijmer. “Das allemaal voorbij”, zei hij harder dan hij wilde. Hij begon zich ongemakkelijk te voelen bij deze overdosis nostalgie.

Melkpad (slot)

Vorige week ging ’t over het Melkpad te Zuid Scharwoude, jongens en meisjes. Daar gaan we nogmaals…
Naar goed Langedijks gebruik bevond de wc zich boven de sloot achter het huis. Moest je nodig, dan diende je dus -zeker in de winter- je jas aan te doen. Rechtsaf de deur uit (‘Vergeet Je Sjaal Niet !!!’), om het huis heen en daar in een hoek bevond zich het schijthuis, nog met zo’n origineel open hartje in de deur. Voor zo’n deur geeft men tegenwoordig in een geinige decoratiewinkel toch al gauw twee euro-meier, omdat-ie zo leuk staat in de tuin met een paar mediterrane bloempotten er tegenaan geschroefd.
Kleine Jack hoefde ’s avonds gelukkig niet alleen naar de plee. Nog maar drie turven hoog ging er steeds iemand (meestal zijn vader of zijn zuster) met hem mee omdat-ie best wel bang was in het donker. Die begeleider stond dan in de kou voor de deur te kleumen. ‘Ben je nou-es klaar’, klonk het steeds ongeduldiger.
Het onverkwikkelijkste van dit alles wil hij jullie niet onthouden. Kun je daar niet tegen, stop dan nu liever met lezen en dus geen geklaag achteraf… Na verloop van tijd hoopten de keutels onder je achterwerk zich op zodat het puntje van die berg poep tegen je billen kietelde. Vooral bij langdurige vorst, waardoor zijn vader die ingevroren stapel stront niet kon doorsteken met de ‘kloet’. Pas bij dooi lukte dat weer en voor korte tijd dreef de sloot vol geurige faecalieën. Maar troost; dat ging niet alleen bij hun gezin op die manier. Nee, voor het hele Melkpad was de dooi ingetreden…
Degenen die inmiddels niet zijn afgehaakt wil hij ook het nu volgende ongemak niet onthouden. De bril of zitting van deze ‘troon’ bestond uit drie houten delen die ooit met mes-en-groef één enkel geheel vormden. In de loop van het intensieve gebruik was dit hout spiegelglad gesleten en gaan krimpen. De delen zaten nu los en als een stevige storm het schijthuis deed schudden, kon het gebeuren dat je velletje tussen die bewegende delen kwam en dat deed geniepig zeer…
Ja, jongens en meisjes, dit alles is nog maar 50 jaar geleden en waar gebeurd. Als je het niet gelooft, vraag maar na bij je opa of oma?

Melkpad

In de krant stond laatst een huis te koop voor 1.5 miljoen gulden aan het Melkpad te Zuid Scharwoude. Dit huis had twee badkamers, een L-vormige living en een serre grenzend aan de tuin op het zuiden, twee carports, enz. enz…
Op datzelfde Melkpad werd Jack in 1944 geboren als 4e kind van tuinder Jacobus de Feyter en zijn vrouw Aaltje Ootjers. Jacobus was helemaal vanuit Zeeland overgekomen om in deze contreien werk te vinden en was daarbij tegen zijn Aaltje aangelopen. Als zijn broer en hij hun moeder op de kast wilden jagen en daar was niet zoveel voor nodig, dan zongen ze plagend: ‘Aaltje zat op een paaltje. Het paaltje brak en Aaltje viel met haar gat in de koeienkak’. Later, toen ze in de stad woonden, stond hun moeder erop met Alie aangesproken te worden.
Maar we dwalen af. Op het Melkpad heerste in de jaren die kleine Jack zich herinnert soms Bittere Armoe. Niks L-vormige living en twee carports. In de tuinderij werd des winters vrijwel niks verdiend en door in de zomer overal een potje voor te maken stuurde Aaltje het gezin langs de vorstgrens. Een potje voor kleding, voor brandstof, voor onvoorziene uitgaven, enfin, waar had ze geen potje voor. En als het regende waren er ook potjes om in de keuken de lekkages op te vangen, die elk hun eigen geluid maakten als het water erin drupte. Dat klonk als een treurig liedje. Het lied-van-armoe-en-onvermogen, zullen we maar zeggen.
Wat later in zijn herinnering stonden er in de gang kisten vol met sperziebonen, gebracht door conservenfabriek De Nijs die AFGEHAALD moesten worden. Voor onze jonge lezertjes: ‘afhalen’ betekent dat je eigenhandig de uiteinden van de sperziebonen snijdt met meenemen van de draad op de naad, die er heden ten dage uitgekweekt is. Dan zat het hele gezin -hijzelf als kleintje van vier mocht voor spek-en-bonen meedoen- gezellig(!) rond die berg bonen midden op de tafel. Het hele Melkpad zat, elke familie voor zich, verenigd rond de sperziebonen. Gedeelde smart….
Dat lekkende huis werd volgens Aaltje – ze leeft nog steeds- voor vijf gulden per week gehuurd. Nu staan daar dus huizen van 1.5 miljoen… Maar voor geen 1.5 miljoen gaat hij terug naar het Melkpad en de herinnering aan de treurnis van toen…