Dragon’s Den

Vorige week moest hij zich melden in de Lichtfabriek te Haarlem, een industriële bouwval die is omgetoverd tot televisiestudio. Hij was daar uitgenodigd om z’n ‘uitvinding’, de internet wijnproef-cursus waar hij u eerder over berichtte, te showen in het KRO-programma Dragon’s Den. In dat programma zitten vijf rijke investeerders op een rij en je moet hen motiveren geld te steken in je plannen. Jack’s dochter was mee om z’n hand vast te houden, want hij was behoorlijk zenuwachtig.
Zo’n programma wordt gemaakt door vrolijke jongens & meisjes die de indruk wekken een probleemloos leven te leiden, gefinancierd met de mooiste baan ter wereld en misschien is dat ook wel zo. Z’n dochter keek haar ogen uit en haar vader ook trouwens. Uren moesten ze wachten op hun beurt, maar dat slik je braaf want de televisiewereld is een magische wereld waar iedereen zich graag ondergeschikt aan maakt. Vreemd is dat… Op de trein wil je nog geen kwartier wachten terwijl je voor een t.v.-optreden met graagte en zonder morren uren in de rij staat en je van alles en nog wat laat welgevallen; hoe je moet lopen, waar precies je moet staan en wat je wel en niet mag zeggen. De presentator, in dit geval Jort Kelder, is alleen geïnteresseerd in snelle one-liners en door hem opgejut heb je voortdurend de neiging om komisch en bijdehand uit de hoek te komen. Hoe gevatter je bent, hoe blijer Jort gaat kijken. Leuke t.v. maken, daar draait het allemaal om.
Wat doet een mens zichzelf aan om een kwartiertje in de schijnwerpers te mogen staan. Enfin, hij mocht vertellen dat hij samen met zijn vrouw een wijnwinkel runt in de binnenstad van Alkmaar en dat hij een leerzame wijnproefcursus heeft ontwikkeld op internet en aldoor dacht-ie, ik hoop dat deze beproeving zo gauw mogelijk voorbij is. Voor mensen die geheel ontspannen hun verhaal doen op de buis heeft hij nu de meeste hoogachting. Hoe het afliep mag hij niet verklappen (staat in z’n contract) en daarom, als u er nieuwsgierig naar bent, zult u moeten wachten op een maandagavond in de 2e helft van juni. De preciese datum laten ze nog weten. Zelf gaat hij niet kijken…, durft-ie niet.

Smeltkroes

In de klas van Jack’s dochter wemelt het van de nationaliteiten. Die kinderen komen uit landen als Burundi, Marokko, Irak, Polen en Koerdistan. En dan heeft hij vast nog wel een paar van die exotische oorden vergeten te noemen. Haar eerste school was van onversneden witte snit. Daar was hooguit een geadopteerd Colombiaantje te vinden, maar verder ontbrak het daar aan kleur. Dit ‘mankementje’ is op de school van dit ogenblik ruimschoots goed gemaakt. Aanvankelijk was zelfs de meerderheid van haar klas gekleurd en had ze de grootste moeite om zich aan te passen aan al die cultuurtjes. En nog, nu in haar derde jaar, kan ze soms stomverbaasd thuiskomen en opmerken: ‘Weet je! Hakim is geboren in een maisveld.’
‘In een maisveld’, herhaalt haar vader even stomverbaasd.
‘Ja, z’n familie was op de vlucht. En toen werd hij geboren in een maisveld.’
Of ze vertelt over Ibrahim uit Somalië, die z’n halve familie verloor tijdens een boottocht.
‘En onderweg zijn ze ook nog beroofd.’
‘Beroofd waarvan?’
‘Ja, ze hadden geld bij zich. Toen kwam er een andere boot langs. Dat waren piraten en die pikten al het geld in.’ Ze meldt het alsof ze het in een spannend televisieprogramma heeft gezien.
‘Vertellen ze daarover?’
‘Ze vertellen niet alles’, weet ze. ‘Het ergste krijg je niet te horen.’
‘En vertel jij ze dan hoe het er hier aan toe gaat?’
‘Ze zijn altijd heel verbaasd als ik zeg dat ik nooit geslagen word. Ben jij nog nooit geslagen?, herhalen ze dan. Dat kunnen ze niet geloven?’
‘Misschien moeten wij daar ook es mee beginnen’, oppert haar vader enthousiast. ‘Om de verschillen niet groter te laten worden.’
‘Als je dat maar uit je hoofd laat’, zegt ze fel.

Grensgeval

Ooit bewoonde hij de halve aarde. Dat waren nog eens tijden… In Colombia aangekomen vroeg hij zich af, hoe kan ik mijn omzwervingen kostendekkend maken. Hier herkennen wij de Jonge Ondernemer in de dop.
Ik smokkel cocaïne van Colombia naar de V.S., dacht hij. Dat was toen nog een tamelijk originele gedachte. We schrijven 1978 en hoewel verboden, was cocaïne nog onderdeel van een pretpakket en pas aan het begin van zijn criminele carrière. Hoe dat spul de V.S. in te krijgen, dacht hij jong en onbezonnen. Een halve nacht lag hij wakker en alle mogelijkheden passeerden zijn hyperaktieve brein. Gewoon een half pondje in mijn broekzak gestopt, overwoog hij brutaal. Of eh… Tot slot besloot hij het frame van zijn rugzak met het goedje te vullen. Dopjes er weer op en klaar is Kees. Ze doorzoeken mijn rugzak en onderwijl zit ’t in het frame, dacht hij vergenoegd.
Nu kwam er iets anders om de hoek kijken. Ben ik wel geschikt voor zoiets, vroeg hij zich af. Het was de nacht voor zijn vertrek. Nog steeds klaarwakker, kwam hij tot de conclusie dat hij waarschijnlijk niet over de juiste eigenschappen beschikte voor zo’n transaktie. Gewoon te-veel-zenuwen, dacht hij. Dat is het probleem met mij. Na die conclusie sliep in als een marmotje, opgelucht dat hij zichzelf ongeschikt achtte voor zoveel koelbloedigheid.
De volgende dag vloog hij naar Amerika. Op de luchthaven van Miami aangekomen, het is dan nog steeds 1978 en de electronische controle stond in de kinderschoenen, werd hij door de douane uit de rij gepikt en gesommeerd de inhoud van zijn rugzak op de balie uit te stallen. “Open up”, werd hem toegevoegd. Zo gedaan werden al zijn spullen aan een grondige inspectie onderworpen; zeepdoos geopend en het stuk zeep doormidden gesneden, de onderkant van de tube tandpasta nader onderzocht, enz. Niks verbodens werd gevonden. “It’s allright”, hoorde hij zeggen. En toen volgde de zin die zijn hart deed haperen. De douanebeambte, dik en goedlachs maar met een waakzame blik in de ogen, grapte in het rond: “Ooit heb ik hier eens iemand aan de balie gehad die het hele frame van zijn rugzak had laten vollopen met coke”. Goedgeluimd schoof hij de spulletjes van onze globetrotter op een hoop en concentreerden zich op de volgende patiënt.

Paspoort

Heeft u dat nou ook? Dat u met pijn in het hart afscheid neemt van uw oude paspoort? Jack wel. Een brief van de gemeente laat weten dat z’n paspoort verloopt en dat het zaak is een nieuwe aan te vragen. Jammer, want z’n oude paspoort staat vol stempels en zegels van landen waar ze gek zijn op stempels en zegels. Ook omdat ze daar veel geld voor kunnen vragen. Vorige jaar om deze tijd waren ze in Syrië, waar je zonder steekpenningen maar moeizaam aan een visum komt. Daar moet je dan in een lange rij heel lang op wachten, terwijl iedereen die daar extra geld voor over heeft voor z’n beurt mag. Ach, grensverhalen… Hij zou er een avondvullend programma over kunnen maken. In Guatemala is hij een keer bij een grenspost teruggestuurd omdat z’n haar te lang was -‘Ga jij eerst maar eens naar de kapper’- en ook in Ecuador werd er extra geld gevraagd vanwege de kosten aan potloden en paperclips. Bij de grens van Roemenië werd indertijd je hele auto binnenstebuiten gekeerd op zoek naar wapens. In werkelijkheid zochten ze dan naar porno, of iets wat daar in hun ogen bij in de buurt kwam zoals reclame voor lingerie in de Viva. Om dat blaadje vervolgens met veel misbaar in beslag te nemen zodat ze daar zelf hun plezier aan konden beleven. Grenzen… ze zouden er niet moeten zijn. Dan zou je ook geen paspoort nodig hebben. Dat is dan weer jammer, want hij vraagt op het stadhuis z’n oude paspoort altijd terug. Dat krijg je dan retour, ongeldig gestanst met allemaal ronde gaten. Maar toch kun je dan nog steeds terughalen aan de hand van die visa wanneer en waar je ooit was. Want een gat in je geheugen is erger dan een gat in je paspoort.

Terug

Voelt een mens zich anders nadat-ie, na een geslaagde operatie, z’n gezondheid heeft teruggekregen? Die vraag wordt nu zo vaak gesteld, dat hij zich onwillekeurig afvraagt wat er mis was met z’n ouwe ik. Toch is alles wel een beetje veranderd. Niet dat-ie zich vanaf nu nooit meer zal opwinden over futuliteiten. Hopelijk niet, want een carriére als Volmaakte Volwassene ligt hem niet. Wel beseft hij nu meer dan ooit wie er allemaal om hem geven. Zo wordt hij bijvoorbeeld uit de Duitse kliniek, waar de ingreep plaatsvond, opgehaald door een goeie vriendin die hij al vijfdertig (!) jaar kent en die al die jaren z’n nukken en tekortkomingen heeft verdragen (en hij de hare, maar dit tussen haakjes). Hij zit naast haar in de auto als-ie Alkmaar binnen komt over de Vondelstraat. En daar rijdend legt hij zijn hand op haar knie. Zomaar omdat tot hem doordringt wat ze altijd voor hem heeft betekent. En dan denkt hij ook aan al die anderen die net zo zijn geschrokken als hijzelf toen ze hoorden dat-ie ziek was en dicht om hem heen gingen staan, alsof ze hem wilden beschermen tegen alle kwaad van de wereld en ook aan iedereen die heeft meegeleefd tijdens zijn ziek-zijn. Daar zittend in die auto dringt dat haarscherp tot hem door, veel scherper dan voorheen. Zijn greep op haar knie verstevigt zich en dan zit hij daar zomaar opeens met tranen in zijn ogen omdat-ie nog steeds een beetje labiel is en de emoties bij het minste of geringste los komen. Hoewel, zo gering is het juist niet dat hij zich realiseert hoe belangrijk z’n omgeving voor hem is en wie dat zijn. De vriendin kijkt hem aan. ‘Moet je huilen?’, vraagt ze verwonderd. Maar hij kan even niet uitleggen wat hem mankeert.
‘Ach, laat maar’, zegt hij. ‘Hier zit een sentimentele ouwe man..’