Kleine dingen

Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen…, zegt de tekst van een oud liedje.

1)Vorige week werd Jack’s auto apk gekeurd (altijd weer duurder dan je denkt!) en geheel bijgesleuteld reed hij later die dag richting Beverwijk. De auto had er echt zin in, evenals z’n baasje. Het was druk op de weg, er hing een loodgrijze lucht boven het landschap, klaar om een lading regen te dumpen. Maar er zaten nieuwe banden onder de auto en het was net alsof daarmee ook de auto weer nieuw was. Zo zoefde hij zachtjes over ’s Heeren Wegen en onder dat grijze wolkendek door.
2) Ook vorige week stak hij lopend de Kanaalkade over, tegenover de voetgangersbrug naar Overstad. Met vastberaden stap liep hem een blond meisje tegemoet, haar ogen op het verkeerslicht gericht. Toen hij nog eens keek, zag hij dat het z’n eigen dochter was. Zo ziet ze er dus uit in haar eigen leven, viel hem op. Ze is veertien en ongeduldig woelt ze zich los uit het familieverband. Voor Jack is dat wennen en te vaak heeft hij geen idee wat ze uitvreet buiten de deur. Dat wil ze ook graag zo houden, maar nu ving hij even een glimp op van een zelfbewust wicht, op weg om vijftien te worden. Naast hem liep een groepje jongens, jolig omkijkend naar zijn dochter. Afblijven, ging het door hem heen. Maar tegelijk wist hij, dat-ie daar niks meer over te zeggen had. Hij stond even stil op de vluchtheuvel in het midden van de weg. De jongens liepen luidruchtig door. Ook zijn dochter vervolgde haar weg, souverein en zonder hen aandacht te schenken. Die redt zich wel, dacht hij. Althans, dat hoopte hij van harte.
3) En diezelfde week kreeg hij een boek van een Amerikaanse vriend, die na vijfendertig jaar ineens weer in zijn leven opdook. 1001 Afternoons in Chicago, heet het boek en de auteur is iemand die columns schreef over zijn stad in de Chicago Daily News. In het boek zat ook nog een ansicht en daarop was een oud kwartje geplakt. Dat muntje was blijkbaar in zijn portemonnee achtergebleven bij terugkeer naar zijn vaderland. Hij moet het al die vijfendertig jaren hebben bewaard als een aandenken aan zijn hippe reis door Europa om er nu afstand van te doen omdat Holland via www.nul72.nl weer opnieuw in zijn belevingswereld was teruggekeerd.

Het zijn de kleine dingen die het doen!

Ruzie

Met deze gure januari-dag komt het niet meer goed. Het regent pijpestelen en het waait stevig en tot overmaat van ramp krijgen Jack en zijn vrouw flink ruzie. Allebei zijn ze niet in goede doen vandaag en dan liggen de meningsverschillen op de loer. Ze springen tevoorschijn uit hun schuilhoeken, waar ze zich weken verborgen kunnen houden om op een regenachtige dag ineens hun boze gezicht te laten zien. De redenen zijn diffuus en het zoeken ernaar vrijwel ondoenlijk. Maar een feit is dat ze de dag beginnen met kwaaie koppen terwijl de regen in grillige banen over het glas van de ramen naar beneden druipt, eerst langzaam maar als de druppels onderweg genoeg water verzamelen ineens heel snel.
Natuurlijk hebben ze allebei gelijk, vinden ze. Maar na een uurtje komt het hem voor dat eerder de ander gelijk heeft en na nog uurtje komt hij ergens in het midden bij de waarheid uit. Mogelijk is er helemaal geen waarheid, alleen een verschil in karakter.
Er moet ook nog gewerkt worden en daarna is het zomaar een uur of vijf. De wind is zelfs in kracht toegenomen, nog altijd tikt de regen tegen het vensterraam en buiten begint het nu te donkeren. De ruzie is inmiddels afgebakend en het is nu nog slechts een kwestie wie het eerst weer normaal gaat doen. Ik niet, weet hij zeker. Ik ben altijd de eerste die het bijlegt, mokt-ie na. Laat mevrouw Troela het nu maar eens doen. Enfin, ook nu weer is het hun dochter die de verhoudingen vlot trekt. Het gezinsleven moet blijven draaien, daar kom je niet onderuit. De eerste zinnen die worden gewisseld zijn van praktische aard. ‘Heb je dit…? Ga je dat?… Denk om zus… Doe dan zo…’ Het is net een klein bedrijfje, waar stakingen niet zijn toegestaan. Ze zijn met z’n drietjes en ze horen bij elkaar, beseft hij. En dus wordt het weer goedgemaakt, pas heel laat en tussen de lakens. Daarna kruipt hij lepeltje-lepeltje weg achter Fort Billo.De regen striemt nog steeds tegen de ramen, maar het dak lekt niet en onder de dekens is het lekker warm.

Punten

Zoals vorige week gemeld, is Jack’s moeder vierennegentig jaar en ook al vierennegentig jaar spaart ze punten. Dat kan helemaal niet, zult u zeggen, want hoe kan een baby nu punten sparen. In dit verhaal kan dat wel. Dat heet een literaire overdrijving, maar zo erg overdreven is het ook weer niet. En nu geen interrupties meer, anders wordt dit verhaal veel te lang en dat mag niet van de krant.
De punten die zijn moeder spaart bij Super De Boer heten Rocks en die kun je dan weer inwisselen bij Blokker om er spullen mee te kopen. Enfin, een tamelijk ingewikkelde manier van boodschappen doen…
De thuishulp van zijn moeder doet meestal de boodschappen, zoals ook de keer waar het hier over gaat en ze het Rocks-pasje vergeten was. “En er waren boodschappen bij waarop je 15 extra punten kon krijgen”, riep zijn moeder verontwaardigd uit.
Jack zat tegenover haar en hoorde het geweeklaag aan. “Een hulp is niet meer wat het vroeger was”, morde ze. “Laatst had ik nota bene een MAN…”
Maar goed, terug naar de punten. Ze had namelijk haar hulp, nu mét het pasje, teruggestuurd naar de supermarkt om haar Rocks alsnog op te halen, maar dat ging mooi niet door. Waarop ze met de bedrijfsleiding belde en ja hoor, die had haar na enig soebatten (wie kan een vrouw van in de negentig iets weigeren?) de punten toegezegd. En dus moest die arme hulp voor de derde keer richting winkel. En nog was het probleem daarmee niet opgelost, want nu waren de extra punten er weer niet bijgeteld. “Vijftien punten te kort… Snap je nou zoiets?”, vinnigde ze tegen Jack.
Nee, die snapte dat ook niet. Die snapte trouwens van dat hele puntengedoe geen jota en zat daar half verbaasd en half gegeneerd tegenover zijn hoogbejaarde moeder. “En toen..?”, vroeg hij bedremmeld.
“Nou, de volgende dag ben ik er zelf heen gegaan om die ontbrekende punten op te halen. En ik heb ze gekregen”, besloot ze, innig tevreden met zichzelf. “Daar heb ik immers recht op…”
“Daar heb je een punt”, moest hij toegeven.

Bezoekje

Op één januari zit zijn vierennegentigjarige moeder in het verzorgingstehuis klaar voor bezoek. Het is er bloedjeheet, want de verwarming staat op zomerse temperaturen. Ondanks dat veel functies versleten zijn, mankeert ze niet veel. Het zicht wordt slecht en ze begroet hem formeel totdat hij vlak voor haar staat en ze hem herkent. “O, ben jij het!”, zegt ze dan. “Ben je alleen?” Ze is altijd teleurgesteld als hij in z’n eentje komt en het stoort hem . Vroeger zou hij geantwoord hebben: “Ja, is dat soms niet genoeg?” Maar nu doet-ie net alsof hij het niet gehoord heeft. Ze draagt een dieprood hesje met glittersteentjes afgezet boven een bloesje van dezelfde kleur en eronder een geruite rok. “Je ziet er patent uit vandaag”, complimenteert hij haar.
“Ja, maar dat is alleen de buitenkant”, klaagt ze.
Nu moet hij snel ingrijpen, anders zit hij het komende uur opgescheept met haar lichamelijke klachten. “Nog ander bezoek gehad vandaag?”
“Ja, die zijn vanmorgen al geweest”, laat ze weten.
“O, dus je bent niet vergeten”.
“Wat zeg je?”
“Dus je bent niet vergeten”, schreeuwt hij. Haar gehoor is ook niet meer wat het is geweest. Hij kijkt naar haar, naar het vierennegentig jaar oude vel van haar armen dat los om haar botten zit als een uitgelubberd tenue. “Is de thuishulp nog geweest?”
“Praat me er niet van”, schiet ze uit haar slof. “Ik heb tegen ze gezegd dat ze de sinaasappels beter moeten uitpersen?”
Foute vraag, bedenkt hij zich, maar weet ook niet goed hoe hij hem moet terugdraaien. “Uitpersen…?”, herhaalt hij dommig.
“Ja, want toen ik de schillen zelf nog eens naperste haalde ik er nog zes slokjes uit. Moet je nagaan, zes slokjes…. Daar kan ik toch zo kwaad om worden”. Voor even krijgt ze weer dat fanatieke trekje om haar mond dat hij zo goed van haar kent.
“Neeeh.., en dat is ook niet goed voor het milieu”, doet hij er nog een schepje bovenop, want hij weet inmiddels hoe hij haar moet kalmeren.
“Precies”, zegt ze tevreden. “Al die verspilling is helemaal niet goed voor het milieu”.
Daarna zitten ze een hele tijd zwijgend tegenover elkaar en vraagt hij zich af in hoeverre hij op haar lijkt. Meer dan hem lief is, komt hij tot de bittere conclusie. Hij kijkt naar buiten, naar de kale bomen langs de vaart en onderwijl proberen zijn hersens een veilig onderwerp op te graven.

Taal

Sommige zinnen kunnen heel lang onder je schedeldak blijven wonen. Niet altijd beseft degene die ze uitspreekt of opschrijft hoeveel impact die woorden hebben. Blijkbaar komen ze op het juiste moment binnen, want misschien zijn ze ook wel eerder aan je gericht, maar toen was je er nog niet aan toe.
De laatste zinnen die bij Jack zijn blijven hangen en waar hij nu al een poosje op loopt te kauwen komen voor in een gedicht van W.H. Auden dat hij tegenkwam in een tijdschrift:

If equal affection cannot be/
let the more loving one/
be me

Wat een mooie gedachte en wat een inspirerende zinnen. Als je ze leest krijgt je meteen zin om alle kleinhartigheid overboord te zetten. Het gedicht van Auden gaat over de sterren, maar vertaald naar het leven op onze planeet klinkt het ongeveer zo:
Als liefde niet gelijk kan zijn/
laat mij de grootste gever zijn.
En zo is het maar net. Dus weg met die verongelijkte weegschaal waarop we ook het laatste onsje van wat een ander ons tekort doet afwegen.
Aangestoken door alle brandende kaarsen om hem heen kreeg hij ineens het idee om via deze regels een stichtelijk woordje op u los te laten. Sorry. Hopelijk blijft het voor altijd bij deze ene vingerwijzing, want wie veel voorzegt moet veel verantwoorden. Rest de vraag: laten we ons nog stichten of glijden die mooie Engelse zinnen gewoon bij onze kouwe kleren af als het zoveelste goede voornemen? Hoe dan ook: Een ruimhartig Nieuwjaar toegewenst aan iedereen die dit leest!