Calender-girl

Jack’s vrouw en dochter zijn afgereisd naar Mallorca om daar vakantie te vieren bij zijn schoonzusje; haar bloedeigen zuster dus, die daar al jaren woont. Hij mist ze geen moment. Het hele huis is nu van hemzelf en hij geniet van de stilte en het feit dat hij kan doen en laten wat hij wil zonder met iemand rekening te hoeven houden. Als hij iets neerlegt, ligt het daar een dag later nog zonder dat hij hoeft te vragen: ?Zeg, heb jij dit-of-dat soms opgeruimd?? En er is niemand die zich ergert als hij eens nerveus met z’n vingers zit te knippen. ?Hou es op met dat gefriemel?. Het doet hem denken aan de jaren dat hij alleen woonde voordat hij z’n vrouw leerde kennen en ze ook nog heel lang gewacht hebben met samenwonen. Moeiteloos glijdt hij terug in de tijd. Hij begint dingen te doen die hij, vanwege de taakverdeling in huis, haast nooit meer doet. Hij moet weer zelf nadenken over wat hij gaat eten, doet boodschappen en vindt zichzelf vaker dan ooit terug achter het fornuis. Onderwijl verdedigt hij het thuisfront, gaat met de buurman uit eten en leest eindelijk het boek dat hij al lang wil lezen.
Af en toe belt hij naar Spanje en krijgt opgetogen verhalen te horen over het mooie huis, het zwembad, het gezellige samenzijn van de familie en over het schitterende weer. Terwijl hij dat alles aanhoort, kijkt hij door het raam naar buiten, naar de sombere gevel van het huis aan de overkant, naar de laaghangende vaderlandse bewolking daarboven en de buien die daaruit vallen, soms met donder en bliksem, maar hij is niet jaloers. Hij geniet met hen mee tijdens die telefonades, maar als hij de hoorn neerlegt pakt hij zijn boek weer op, zet zijn favoriete muziek harder, kijkt nog een keer door de lege kamer en denkt: Ha, heerlijk alleen. De enige dissonant is, dat hij zich licht schuldig voelt omdat hij zo gelukkig is in z’n eentje. Dan denkt hij terug aan hoe het allemaal begon tussen hen en de tekst van een liedje schiet hem te binnen:
It rained the day before we met,
Then came three days that I forget,
And then my love we met again,
And I remember things from then,
I messure time by what we do,
And so my calender is you.
Nog altijd is ze zijn ‘calender-girl’, maar nu even niet?

Cappuccino

‘Nou ja, ik ben nou eenmaal gek op die gozer’, hoorde hij een meisje achter een cappuccino tegen haar gsm zeggen.
Het was woensdagmiddag en het liep tegen vieren. Jack zat in De Notabeel aan het Waagplein van onze Onvolprezen Stad en probeerde het mobiele gesprek aan het tafeltje naast hem af te luisteren. Niet zo netjes natuurlijk. Maar ja, er moet wel elke week een column afgeleverd worden.
‘Ik kan ’t gewoon niet helpen…’, hoorde hij haar zeggen. ‘Ja, jij heb makkelijk praten…’ Ze zette haar tanden in het suikerzakje en scheurde het open. ‘…ik neem me steeds voor om ’t hem te zeggen, maar telkens als ik ‘m zie dan lukt dat gewoon niet, dan wordt m’n hoofd helemaal week…’ Ze wisselde het mobieltje van hand en oor en begon in haar koffie te roeren. ‘Nee, niemand weet ’t nog. Nou ja, behalve een vriend van ‘m. Want gisteravond, ik lag al te slapen, staat-ie daar ineens met die vriend van ‘m naast m’n bed… Ja, natuurlijk heeft-ie een sleutel… Wat..?’ Licht geërgerd begon ze het schuim van haar cappuccino te scheppen. ‘Ja, natuurlijk schrok ik…’ antwoordde ze hol vanwege het schuim in haar mond. ‘ Staan er ineens twee kerels naast m’n bed. En wat denk je, kruipen ze allebei naast me, ieder aan een kant. En weet je wat-ie zegt: ‘Als ik mag, dan mag hij toch ook wel… ’t Is m’n beste vriend en we doen alles samen’. Ja… Ja… Tuurlijk was ik vreselijk kwaad. Maar ja, niet op hem… Ja, ik weet ‘t… Maar toen we uiteindelijk met z’n tweeën waren was-ie weer zo ontzettend lief. Alleen jammer dat-ie steeds zo kort kan blijven…’ Ze nam voorzichtig een eerste teugje van haar koffie. ‘Mmm heerlijk’, zei ze tegen het mobieltje. ‘Die vriend van ‘em is ook wel een lekker ding’, giechelde ze.
Jack keek op z’n horloge en zag dat het inmiddels kwart over vier was. Zijn eigen cappuccino had hij al afgerekend en hij maakte aanstalten om op te stappen. Op dit moment, woensdagmiddag kwart over vier, dacht hij, ligt de krant met m’n column bij een heleboel mensen op de mat en aan het tafeltje naast hem was zojuist het ‘stukkie’ van de volgende week aangeleverd. Hij had het er maar druk mee…

Gerrit

Vandaag doet Gerrit voor het laatst de winkel van Gerrit dicht. Deze laatste dag kunnen de mensen in de buurt nog bij hem terecht voor suiker en koffie, voor pennen en een krantje. In de buurt zeggen ze dat het een ramp is dat Gerrit ermee ophoudt. Waar moet je nu je vergeten boodschappen halen. Ineens beseffen ze hoeveel Gerrit heeft betekend voor de buurt.
Achterin de winkel zit Gerrit even uit te blazen. ?Het komt niet?, zegt hij, “omdat de zaak niet meer rendabel is. Het is de leeftijd, hè. Straks doet je poot het misschien niet meer en nu ben ik nog gezond…?
Vanmiddag krijgen de klanten een glaasje wijn. ?Dan is dat ook maar op, hè?, zegt Gerrit. ?En de kaas maken we ook op…?
?En dan?? vraagt Jack.
?Zondagmorgen zal ik door de winkel lopen en dan zal ik zeggen, Gerrit, zal ik zeggen, het is voorbij. Het zal vreemd zijn. En ik zal het missen?.
?Heb je ooit iets anders gewild?? vraagt Jack door.
?Iets anders…??, herhaalt Gerrit. ?Ja, ik had misschien wel iets anders gewild vroeger. Maar ik had geen keuze, hè. Ik wilde wel verder leren, maar dat kon niet, hè. Ik was heel opstandig toen ik van school moest. Maar langzamerhand vergeet je dat je ooit iets anders gewild hebt, hè. En wordt de winkel je leven…?
?Nu kun je alsnog iets anders gaan doen?, oppert Jack.
?Ja?, zegt Gerrit. ?Eerst ga ik lekker veel lezen, bijvoorbeeld boeken over vreemde godsdiensten. Elk volk kent z’n eigen goden en daar zijn ze net zo serieus mee als wij over die van ons. En ik neem motorrijles… Motorrijden, dat lijkt me prachtig!?
Gerrit veegt de koekkruimels op de broodplank bij elkaar en schenkt nog eens koffie in. Jack verbaast zich erover dat er zoveel geluid uit Gerrit kan komen. Dat is nieuw.
?Ik had me meer moeten ontwikkelen?, zegt Gerrit. ?Dan was ik verder gekomen in het leven…?
?Gelukkig is het nooit te laat?, troost Jack hem.
?Met een winkel, dat is aanpakken. Dat slokt je helemaal op. Maar zonder winkel? Ja, dan heb je tijd voor illusies…?

Bierkaai

Met het narrige stukje van vorige week over de Bierkade, waarin Jack verdwaald leek te zijn in zijn eigen buurt, vecht hij feitelijk tegen de bierkaai. Dat vindt ook meneer Weterings en die heeft er voor doorgeleerd, want hij is stedebouwkundige. In zijn mail aan ‘nul72′ komt hij tot de volgende (verkorte) conclusie:
?De herinrichting van de Bierkade betreft ook mijn buurt en door mijn werk is het zelfs mijn geesteskind geworden. Ik voel hetzelfde als de man op het bankje in uw stukje en ik voel me gefrustreerd over het resultaat. Het ontstaan van het ontwerp voor zo’n plek in onze leefomgeving komt naar mijn mening recht uit het hart van ontwerpers en bewoners omdat zij een buurt kunnen voelen en beleven. Maar in onze mooie poldersamenleving is het helaas zo dat iedereen zijn of haar plasje over een visie mag doen en vanaf dat moment verwordt zo’n visie tot een opleukplaatje. Het begint met een handvol techneuten die elke straat volgens hun normenboekje gaan inrichten. Alles heeft een minimum maat en elke gebruiker moet zijn eigen vakje of strookje krijgen, het liefst afgezet met zoveel mogelijk borden, paaltjes, witte verf en eigen type wegverharding.
Vervolgens bemoeien boekhouders zich met die visie, want uiteraard mag dat alles niks kosten. Mooie materialen? Zonde van het geld. We zijn een sober volkje, wars van opsmuk.
Dan zijn er nog de wijkraden. Ofwel een volgend plasje van de Stichting-Eigenbelang, want iedereen wil rust en parkeren voor de deur, maar geen auto’s van elders. Mannetjes en vrouwtjes die in hun vrije tijd praten over hun wijk, maar zelden namens de bewoners omdat het draagvlak ontbreekt.
Tenslotte lopen er dan nog politici rond zonder ook maar enige vorm van opleiding in het vak, maar wel met een mening want gekozen door het volk?
Dat overkwam de herinrichting van de Bierkade. De nieuwe Friese Brug zal het volgende voorbeeld zijn en de Berlijnse Woontoren aan de Schelphoek was er bijna een.
Soms gaat het wel goed en leeft de hele omgeving op. De nieuwe Laat en het Ritsevoort zijn in mijn ogen een feest voor de stad.?
Enfin, tot zover de mening van een Alkmaarder die zich, ondanks de bierkaai, gelukkig toch nog kwaad wil maken.