Weer terug

Weer terug van weggeweest betekent vertellen hoe het was. Dat is best moeilijk als je er elke week een ‘stukje’ over geschreven hebt. Je hebt dan de neiging om te zeggen: “Lees er m’n columns op na, want daarin vertel ik hoe het ons verging. Toch mag je dat niet zeggen, want je kunt niemand verplichten de krant te lezen en de meeste van die vragen zijn lief en belangstellend bedoeld. Wel is hij altijd een ietsie-pietsie teleurgesteld als blijkt dat hij niet ‘gelezen’ wordt. Wie schrijft die blijft, heet het. Maar die geldingsdrang moet je leren onderdrukken. Niemand vraagt om je teksten en daarom is bescheidenheid gepast. Edoch, het blijft een spagaat. Want zonder de ambitie je te laten horen is er geen noodzaak om elke week een persoonlijke noot aan dit gratis krantenpapier toe te vertrouwen. Waarom zou je.
Enfin, weer terug in Nul72 betekent dus vertellen hoe het was en dat gaat ongeveer zo: “Hoe was het?
“Leuk”.
“Zeker wel erg warm?
“Mmwah, viel wel mee”
“Had jullie hotel een zwembad?
“Nee, onze hotelkamer had een balkonnetje, meer niet”.
“Syrie is toch een heel gevaarlijk land?
“Valt ook wel mee”
“Maar het is een dictatuur?
“Dat wel. Maar de overgrote meerderheid van de bevolking lijkt de dictatuur te steunen”. De vragensteller/ster blijft je vragend aankijken en dan hoor je jezelf zeggen: “Syriers hebben over het algemeen een hekel aan veranderingen, net als veel andere volken”. De verwarring op het gezicht van je gespreksparner neemt alleen maar toe en dus zeg je: “Maar het is een prachtig land en iedereen wil graag een mondje ‘engels’ op je uit proberen. De mensen daar zijn heel nieuwsgierig naar het buitenland”. Die opmerking klaart de lucht.
“O, dus jullie hebben het wel leuk gehad?”.
“Heel erg leuk. En als je alles wilt weten kijk op www.nul72.nl

Beit Jabri

Beit (huis) Jabri is een monument in de Oude Stad van Damascus. Het is gebouwd rond een grote, open binnenplaats en stamt uit het jaar 1737. Na veel verbouw-avonturen (zie: www.jabrihouse.com) is het vandaag de dag een café-restaurant, waar iedereen tussen de gerechten door van haar pracht en praal kan genieten. Beit Jabri is een van dé attracties van Damascus, waar je een traditionele Syrische of Libanese ‘mezze’ (allerlei kleine hapjes) kunt bestellen, een waterpijp kunt roken, kunt kaarten of backgammon spelen. De prijzen zijn er naar Europese begrippen zeer redelijk. Toen Jack&Co er neerstreken, er door zijn broer rechtstreeks vanaf het vliegveld heen gebracht, riep Jacky-boy in eufore overmoed: “Ik trakteer”. Dat kostte hem toen na afloop van een 5-persoons maaltijd, compleet met drankjes, zomaar vijftien euro. Dan kun je nog eens wat roepen. De drankjes zijn overigens alkohol-vrij. Heel erg is dat ook weer niet, want Damascus is bekend om zijn voortreffelijke vruchtensappen. Die vruchten zijn hooguit een halve dag onderweg vanuit de omringende oase naar je glas. Blozende vruchten met nog de originele smaak, die je is bijgebleven van vroeger; toen aardbeien, bessen en peren nog gewoon naar aardbeien, bessen en peren smaakten en nog niet werden ingevlogen vanaf de andere kant van de aardbol en dan onderweg mogen ‘rijpen’.
Van het menu in Beit Jabri is speciaal aanbevolen de op verschillende manieren bereide hommos (een kikkererwtenpasta), fattouch (salade), ba ba ganoush (aubergine met granaatappel) en tabouleh (een couscousgerecht). Dit alles natuurlijk vergezeld van platte, dunne broden (saj) waar je een stuk afscheurt om mee te dippen.
Hun Syrische trip begon in Beit Jabri en is er ook geeindigd. Mocht u een keer die kant op gaan, bezoek dit prachtige restaurant. Eet er op de koele binnenplaats, aan de rand van de fontein of drink er de beroemde vruchtensappen onder de jasmijnboom en de wingerd. Bestel een waterpijp, zoals Jack deed en wordt er ‘mellow’ van de tabak en de herinnering aan al het moois waar je ogen en tong op getrakteerd werden.

Café Bagdad

Halverwege de lange weg van Damascus naar de opgraving Palmyra, middenin de woestijn en niet ver voor de afslag naar het echte Bagdad, bevindt zich café Bagdad, met een knipoog naar de gelijknamige film. Deze amusante film heeft als decor het stadje Bagdad, langs de highway in de Amerikaanse Navajowoestijn. Het woord ‘stadje’ is eigenlijk te veel eer, want meer dan een motel en een bezinepomp staat er niet in Bagdad. In de Syrische woestijn is café Bagdad ook niet meer dan een lemen optrek met een bedoeientent ernaast en een soort kraal waarin een kameel geparkeerd staat.
Elke westerse reiziger in dit gebied kent café Bagdad als een aangename pleisterplaats. Het beschut je tegen de hete woestijnwind, de eigenaren dringen je niets op en het eten is er van de regio; vreemd doch voedzaam.
Met haar blonde haren en blauwe ogen is Jack’s dochter een bezienswaardigheid in deze contreien. Zelf is ze niet blij met dit teveel aan aandacht. Maar in café Bagdad weten ze de juiste toon te treffen en halen ze haar over een bedoeienenjurk aan te trekken. Binnen enkele minuten is ze omgetoverd tot een bruid van de woestijn en mag ze een kijkje nemen in de tent naast het café, maar dat voert haar dan weer te ver. Wel gaat ze op de foto en krijgt zo haar eigen rolletje in de film van die middag.
Hoewel het geen bezinestation is, kun je toch tanken bij café Bagdad. Olie zit hier in de grond en het is alsof ze dat rechtstreeks oppompen, want vanuit een hutje achteraf komt een jerrycan met tien liter benzine tevoorschijn. Een lege colafles waar de bodem uitgeknipt is dient als trechter. Aan de hals is een slang bevestigd en die gaat in de tank. Tappen maar, waarbij er veel gemorst wordt alsof dat als ‘plengoffer’ moet worden teruggegeven aan de woestijn. Toch gaat het goed en waarom zou je alles in een vreemd land toetsen aan je eigen normen. Zij hebben je niet gevraagd om te komen. Dat houdt hij ook zijn dochter voor om haar alvast te laten wennen aan het vele buitenland op deze aarde. Opvoeden is nog een hele kunst.
Als ze verdergaan komen ze nog twee café’s tegen met dezelfde naam. Allemaal begonnen om het succes met de eerste te delen. Gewoon nageaapt, legt zijn broer uit. Dat gebeurt bij ons ook vaak genoeg en zo blijkt er weer niet zo heel veel verschil tussen het ene land en het andere; een geruststellende gedachte.
Café Bagdad is een feel-good-movie en een echte aanrader.|

Te Damascus

En het geschiedde, toen zij te Damascus aankwamen, dat zijn broer hen daar opwachtte en dat zij vervolgens gezamenlijk een taxi namen, die al direct na het verlaten van het vliegveld werd aangehouden door een motoragent, om geen andere reden dan dat de man in het uniform z’n schamele salaris aangevuld wilde zien met een donatie van de taxichauffeur, zodat ze in zeer korte tijd de mores van de stad en het haar omringende land leerden kennen.
Toen zij dan zonder verdere hindernissen hun weg konden vervolgen en in de stad aankwamen en eenmaal gezeten in restaurant Beit Jabri, waren allen het erover eens dat er veel van hun verblijf tussen de oude poorten van de stad verwacht mocht worden en was de enige dissonant op dat ogenblik een sms-bericht dat voetbalclub AZ de landstitel had vergeven door diezelfde middag in het verre Holland met 3-2 te verliezen van een degradatiekandidaat. Na het bekend worden van dit bericht werd de naam des Heeren een aantal malen ijdel gebruikt…
De daarop volgende dag (Koninginnedag) lag de stad in al haar schoonheid op hen te wachten en constateerden zij dat ook Damascus de verjaardag van het Nederlandse staatshoofd meevierde door middel van een grote vrijmarkt, want overal troffen zij op straat mensen aan achter kleedjes met daarop hun handelswaar uitgestald en was het in de overvolle straten een gezellige bedrijvigheid. Maar het hoogtepunt van die feestelijke oranje-dag vormde toch wel de uitnodiging aan zijn broer en daarmee ook aan hen om in de residentie van de Nederlandse ambassadrice te komen haringhappen en kaasknabbelen ter ere van onze vorstin. Te midden van haar collega-ambassadeurs uit verre oorden, Syrische minsters en eigen landslieden vermaakten zij zich onder elkaar in deze deftige ambiance, stilden hun honger aan een uitgebreid buffet en raakten ze langzaam aangeschoten door het nuttigen van teveel wijn, zodat hij daar als verstokte republikein in die prachtig versierde tuin uit volle borst het Wilhelmus heeft helpen meezingen en, onder aanvoering van een goud-galonde adjudant, tot drie maal toe ‘Leve de Koningin’ heeft geroepen, daarbij zijn rechterhand heffend. Ergens in een belendende tuin kraaide ook tot driemaal toe een haan…

Damascus

En terwijl hij daarheen op weg was, geschiedde het, toen hij Damascus naderde, dat een plotseling licht uit de hemel hem omstraalde, en ter aarde gevallen hoorde hij een stem zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolgt gij mij”. En hij zei: “Wie bent u, Heer?” En hij zei: “Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad binnen en daar zal u gezegd worden wat u moet doen”.
Handelingen 9, vers 3.
Als u dit leest is Jack net als Saulus (die na dit voorval Paulus ging heten en een ander mens werd) ook op weg naar Damascus en de vraag komt onwillekeurig op of hij ook als iemand anders terugkomt. Niet dat hij ontevreden is met zichzelf, maar soms denkt een mens wel eens wat huist er nog meer in me dat ik niet ken. Jezelf in een vreemde omgeving neerzetten helpt die ontdekkingstocht goed op gang. Dus vooruit, de poorten van Damascus door…
Hij gaat daar zijn geleerde broer (kunstschilder/archeoloog/arabist) opzoeken die in de hoofdstad van Syrië een schilderijententoonstelling houdt. Zijn broer is bovendien reisleider van groepen toeristen die dit land tussen de Eufraat en de Tigris aandoen en dus zal hij wel veel oude gebouwen en kunstvoorwerpen te zien krijgen. Dat zal hij allemaal laten gebeuren, maar tussen de bedrijven door hoopt hij ook nog een paar MENSEN tegen te komen en wat Syrische gerechten te ontdekken. Hij heeft van horen zeggen dat de Libanese keuken de absolute top is in het Midden Oosten, kort daarop gevolgd door die van Syrie«. Gelukkig is zijn schoonzusje daar ook, een bourgondisch tiep waar je heerlijk mee kunt pimpelen en kletsen over lekker eten. En niet alleen kletsen…
Maar het meest magische moment zal zijn als hij door De-Straat-Die-De-Rechte-Heet loopt. Van alle bijbelvertellingen thuis is die naam hem altijd bijgebleven omdat hij deed denken aan onbereikbare oorden en voorbije tijden. Volgens zijn broer bestaat die straat nog steeds en over enkele dagen zal hij er zelf te vinden zijn, net als Paulus die daar ten huize van Judas een zekere Ananias ontmoette die hem van zijn ‘blindheid’ genas. Echt een prachtig verhaal, dat hij voor het eerst sinds z’n kindertijd weer eens heeft gelezen en nu met-andere-ogen.