Halve Heilige 2

“Ja, ze kan goed met geld om gaan”, zei z’n vader dan als hij iets aardig over zijn vrouw wilde zeggen. Dat was een gemeend compliment want in de dagen waar deze column naar verwijst was met-geld-omgaan van groot belang. Zijn vader was een ‘kleine’ tuinder te Langedijk en in de winter waren er geen inkomsten zodat het geld dat s’zomers verdiend werd, moest worden verspreid over het hele jaar. In het licht daarvan was het toch slim van zijn ouwe heer om een vrouw vast te leggen die zich geen knollen voor citroenen liet verkopen.
Als je ze samen ziet op een foto uit die dagen; een knap stel. Hij heeft haar meegenomen uit varen in de koolschuit. Ze staan naast elkaar ergens op een akker tussen de rietschoven, het lege vletje met de kloet vastgestoken in de prut nog half zichtbaar. Ze zijn allebei nog geen twintig jaar oud. Verkleurd licht valt op hun gezichten, zijn moeders gezicht in bewondering opgeheven naar haar verloofde en hij met zijn gedachten waarschijnlijk al in hoger sferen. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Maar het eerste barstje in dat schild van bewondering vond plaats op hun trouwdag, vertelde zijn moeder later. Terwijl het prille paar terugreed na de huwelijksvoltrekking richting fotostudio vond zijn vader het nodig zijn verliefde bruid weer met beide benen op de grond te zetten door in de auto op te merken: “Wij zullen het in de toekomst waarschijnlijk niet op alle punten met elkaar eens zijn”. Dat waren profetische woorden en in een milde toon gezet, maar waarom hij juist die dag en dat uur uitkoos om die waarheid als een koe op haar los te laten blijft onbegrijpelijk. Foute timing, zou je nu zeggen. In iedergeval viel het zijn moeder rauw op haar romantische dak en heeft ze die opmerking nooit vergeten en het hem misschien ook wel nooit vergeven. De toon was gezet.

Halve Heilige 1

Echt zakelijk kon je Jack’s vader niet noemen. Dat deed dan ook niemand, maar lastig was het soms wel. Voorbeeldje: toen zijn moeder de piano, die na het vertrek van zijn broer uit het ouderlijk huis werkeloos achterbleef, wilde verkopen, bedong ze daar een prijs voor waar zijn vader zich diep voor schaamde. Zo diep dat hij bij de overdracht ervan ook niet aanwezig wilde zijn. Het was nog in de gulden-tijd en hij gooide haar voor de voeten: “We kopen ‘m voor vierduizend gulden, we gebruiken hem jarenlang en dan vraag je er nu ijskoud zesduizend gulden voor!”. De verontwaardiging spatte van zijn gezicht. “Zoiets doe je toch niet..!”
“Ik kan er zesduizend voor krijgen en dan vraag ik dat”, verweerde zijn moeder zich snibbig.
“In het oude Griekenland was de God van de handel dezelfde als die van het dievengilde”, wist zijn vader nog te melden.
“Ach, jij”. Ze haalde haar schouders op.
Het was eeuwige strijd tussen die twee op dat vlak. Z’n moeder die van mooie dingen hield – zijn vader die haar hang ernaar verachtte. Zijn moeder die gek was op sieraden en als ze daarover begon haar gelovige man hoorde zeggen: “Ach mens, in het hiernamaals zijn de straten geplaveid met goud”. Waarop ze dan niet verder kwam dan hem: “Ja, dat kan wel wezen…”, toe te voegen terwijl ze de paar juwelen die ze bezat bekommerd wegborg in het koffertje bedoeld voor haar schatten.
Hoe kunnen mensen die zo verschillend zijn het toch zo lang met elkaar uithouden? Misschien was de enige succesvolle zakelijke transaktie in het leven van zijn vader geweest, dat hij Jack’s moeder aan de haak geslagen had. Zijn vader die zich nooit druk maakte over geld, ook een gat in z’n hand had (nou ja, eerder een ‘gaatje’, want zoveel was er ook weer niet te verdelen) en zijn moeder die elke uitgave streng controleerde met behulp van haar Brabantia-geldkistje. In dat langwerpige kistje zat voor elke uitgave een apart vakje onder de gleuven in het deksel; een gleuf voor ‘brandstof’, eentje voor ‘kleding’, zelfs een voor ‘onvoorzien’, etcetera…

lekkerbezig.nl

Ooit is afgesproken dat Jack’s dochter een echt schilderij mag maken in het atelier van zijn artistieke broer. In de afgelopen vakantie was daar gelegenheid voor en dus gaan ze getweeën op weg, richting Amsterdam. Als ze aankomen staat alles al klaar; de penselen, de verf en de ezel. Zijn dochter is hier al een hele poos niet geweest en drentelt onwennig langs de vitrinekasten met malle attributen die figureren in de schilderijen van zijn broer. (zie: www.theodefeyter.nl)
Ze hebben een gebakje meegenomen voor bij de koffie en broer-lief is zichtbaar onthand bij zoveel intentie tot gezelligheid. O jee, waar vindt hij schone kopjes, een vorkje om het gebak naar binnen te werken is er niet. Het liefst zou hij meteen tot aktie overgaan, maar Jack’s dochter hecht aan het gebakje en het acclimatiseren.
Het atelier is een werkplaats, overal staan potten met kwasten, slingeren tubes verf en staan de schilderijen driedubbel dik tegen de wanden. Buiten waait een hufterige storm en Jack installeert zich na de koffie met een boek bij de kachel. Op de achtergrond hoort hij zijn broer uitleggen wat een spieraam is en hoe je daar het doek overheen moet spannen. Natuurlijk eerst een studie maken op papier voordat je met het echte werk begint. En dan is het grote moment daar dat ze haar eerste streken op het lege ‘linnen’ zet. Met één hand op haar rug buigt ze over naar het doek alsof ze met een schaatswedstrijd bezig is; honderd meter hard verven. Haar gezicht is bleek van concentratie en dat verbaast hem want meestal ziet ze elke vogel vliegen en is snel afgeleid.
Als hij later die middag uit zijn luie stoel komt om haar vorderingen te bewonderen, vraagt-ie: “En…? Ben je nou al-es beroemd?”.
“Echt weer m’n vader”, zegt ze tegen zijn broer. Ze vinden het allebei een dom grapje. Beroemd zijn, wat moet je daar nou mee. “Ga maar terug naar je boek”, zegt ze en duwt hem richting stoel. “We zijn net zo lekker bezig”.

proeffles.nl

Jaren terug tufte hij in z’n kevertje over de Vondelstraat Alkmaar binnen na een lange afwezigheid in het buitenland. Als je lang bent weggeweest bekijk je je eigen stad met frisse ogen en zie je meer dan wanneer alles z’n gangetje gaat. Die keer, het lijkt een detail, zag hij een vrouw onder halsbrekende toeren haar ramen lappen op de derde verdieping van de flats aldaar. Dat moet beter kunnen, dacht hij met een schoon hoofd en dezelfde frisse blik. En vanaf dat punt tot thuis bedacht hij een veiliger systeem. Door middel van twee sponzen met magneten erin, die je aan de binnen- en buitenkant van het glas op elkaar kon klikken, zou je zo op hoogte je ramen veilig schoon kunnen krijgen. Hij was uitermate trots op zichzelf over die vondst, maar deed er verder niks mee.
Ongeveer drie jaar later zag hij op de zaterdagmarkt in onze Geliefde Stad een standwerker bij een groot raam staan en met twee magneet-sponzen tegelijk de binnen- en de buitenkant van dat glas schoonpoetsen. Hij bleef een poosje beteuterd staan kijken naar zijn ‘eigen’ vinding.
Met die ervaring op zak begon hij twee jaar terug aan de uitvoering van een nieuw plan. Inmiddels weten de lezers van nul72 dat hij iets met wijn heeft. En als je ergens enthousiast over bent, dan wil je een ander graag ‘bekeren’. Toegegeven, deze bekeerdrift is een zwakheid, maar waarom zou wijn niet echt lekker mogen zijn. En om de calculerende mede burger daarin op weg te helpen heeft hij een internet-cursus wijnproeven ontwikkeld. Wie het naadje van de kous wil weten, kijkt op www.proeffles.nl.
Dit keer is hij dus niet blijven steken in het fraaie bedenksel, maar heeft hij ook de kostbare uitvoering ervan ter hand genomen. Hij zal u niet vervelen met alle hobbels en obstakels die aan het eindresultaat vooraf gingen. Dat alles was trouwens vergeten toen hij op 6 december j.l. pontifikaal in De Telegraaf stond afgebeeld met het cursuspakket in z’n handen. Zo kom je nog eens ergens.
En nu moet het hele project in-de-markt-gezet worden. Zo heet dat in die kringen. Straks kijkt hij weer met verbazing naar zijn eigen vinding, mocht dat een eigen leven gaan leiden. Of het wordt een flop. Ja mensen, 2007 wordt nog een spannend jaar.

lekkerwerken.nl

Wat hemzelf betreft, gaat er niets boven een gewone dag met modern Nederlands weer; uit de grijze soep boven de stad valt af en toe een bui. Onbestendig trekt die grijze massa vervolgens open en laat ineens een zonnestraal door. De eerste werkdag van het nieuwe jaar is zo’n dag. Als hij opstaat en naar buiten kijkt schijnt er vers licht over de dorre planten op het terras. Hoewel, hier en daar ontwaart hij een pril knopje aan de verwaaide takken van de kamperfoelie. Ergens fluit een vogel. Alles buiten lijkt nieuw, alleen de restanten van de vuurwerkpijlen die op het terras terecht gekomen zijn herinneren nog aan het oude jaar. Vandaag weer lekker aan het werk, bedenkt hij zich aankledend. Hij heeft er heel lang voor geijverd -soms was ’t afzien- maar tussen wat hij Doet en wie hij Is zit geen licht meer. Dat is lastig uit te leggen aan mensen die zich in de ene vakantie alweer verheugen op de volgende en hij gaat het ook niet proberen…
Dit is wat er vandaag zoal gedaan moet worden:
* Lege flessen van alle overheerlijke wijnen.
afvoeren naar de glasbak.
* Kerstspullen opruimen.
* Ordners aanschaffen voor de boekhouding ’07
* Niet vergeten dit stukje te schrijven.
* Plannen maken om z’n nieuwe vinding
‘in-de-markt-te-zetten’. (Daarover volgende week meer!)
* Plannen maken om het vorige punt zo effectief
mogelijk uit te voeren.
* Afspraak maken met z’n zoon om een biertje te
gaan drinken.
De vogel buiten is het in de bol geslagen door de veel te hoge temperaturen en kwinkeleert er lustig op los. Nu eerst een kopje koffie met het dagelijkse nieuws, is het ritueel. Echt lollig is dat nieuws nooit. Een nieuwe oorlog staat op uitbreken. Ergens, liefst ver weg, zal ongetwijfeld weer een catastrofe hebben plaatsgevonden, waarbij we al onze emoties uitdrukken in dorre getallen; het aantal doden en het bedrag in munten aan hulpgeld.
Als hij beneden de krant opslaat en zich probeert in te leven in al dat gedrukte verdriet, bedenkt hij zich hoeveel mensen er vandaag graag aan het werk waren gegaan en dat nu door al die rampspoed niet kunnen en ook hoeveel er elders zijn die het wel kunnen maar niet echt willen en dan voelt hij zich een bofkont. Hij legt de krant met alle rottigheid naast zich neer en besluit meteen aan de slag te gaan. Allee, er tegenaan. Lekker werken, zolang het kan.