Van Toen en Nu (slot)

Doodstil zocht hij zijn kleren bijeen en glipte weg door de deur. Op de duistere overloop kleedde hij zich aan, waarna hij op de tast zijn weg zocht naar beneden. De oma-stoel in de keuken was leeg. Ver weg hoorde hij de Waagtoren klingelen en hij meende drie slagen op te vangen. Toen hij bijna de keuken achter zich had gelaten was het alsof z’n hart werd losgesneden van zijn spieren en in z’n maag plonsde. Verstijfd hield hij de deurkruk in zijn handen. ‘Waarr- ga-je-naarr-toe?’, rolde het krom en krakend vanuit de vogelkooi op hem toe. ‘Waarr-ga-je-naarr-toe?’, riep Dolly hem terug. Het was een zin zonder intonatie en eigenlijk geen vraag.
‘Stil. Hou je kop, stom beest!’ siste hij. Hij stoof de deur door, de trap af naar beneden, waarbij hij werd achtervolgd door dat krassende zinnetje met die rollende ‘r’ van de nu ineens wél pratende parkiet. Dus toch, dacht hij grinnikend, terwijl hij de voordeur achter zich dichttrok. Hij stond op straat. Het regende nog steeds of het regende weer. Sluiers water dreven door De Langestraat, die zich in heel z’n onbenullige leegte voor hem uitstrekte.
‘Waarr-ga-je-naarr-toe’, deed hij de vogel na. Hij wist het niet. Er was alleen het verlangen om iets van zijn leven te maken. En dat zou hij gaan doen. Ooit… Op een dag… Zeer binnenkort… Hij zou weggaan uit dit gat en de wijde wereld in trekken. Hij wist het zeker en uiteindelijk is dat ook gebeurd. Z’n nieuwsgierigheid heeft hem in de verste uithoeken van deze aardbol gebracht. Meestal alleen en soms met iemand anders. Met die avonturen zou je menig krantenkolommetje kunnen vullen. Maar dat klinkt dan weer als iemand die zegt: ‘Ik zou een boek kunnen schrijven over mijn leven’, en het dan bij die woorden laat. Of het, nog erger, wel opschrijft en daar een ander mee lastig valt.
‘Waarr-ga-je-naarr-toe?’, sprak hij de parkiet na in die natte Alkmaarse nacht. En het antwoord is: terug naar de spiegel uit de eerste afleveringen van deze vertelling. Terug naar vrouw en kind om met hen de feestdagen door te brengen en onder de kerstboom bij te komen van dit verhaal, want al die verhalen zijn, echt wel, gemakkelijker gelezen dan geschreven…

Van Toen en nu 14

Hij moet in slaap gevallen zijn. Misschien een aantal samengeperste minuten, of was het langer. Hij wist het niet. Feit is, dat hij wakker schrok. Ze had hem toegedekt en allebei lagen ze er nu onder de dekens. Naar hem toegekeerd bekeek Magda hem met dromerige ogen. ‘Er zit zo veel spanning in je gezicht’, merkte ze op, ‘zelfs als je slaapt komt het niet tot rust’. Ze veegde z’n haren voor zijn ogen weg en tekende met haar vinger de rimpels op zijn voorhoofd na. ‘Dit denkcentrum zetten we even uit’, zei ze kordaat. Ze deed alsof ze een schakelaar op zijn slaap in de nulstand draaide.Toen begon ze in zijn borstharen te kroelen en verder naar beneden. De tijd nemend en speels leidde ze hem waar ze hem hebben wilde zodat alles, maar nu in een trager tempo, zich herhaalde wat eerder die avond ook al was gebeurd.
Door al dat bewegen was de schakelaar blijkbaar weer uit ‘de rust’ geschoten en in een hogere stand terecht gekomen, want nu viel hij na afloop niet meer in slaap. Magda wel; tegen hem aan gekropen en met een arm om hem heen. En vooral die arm begon hem te benauwen, alsof hij er door vastgehouden werd. Ik kan hier niet blijven, dacht hij. Als ik nu blijf, dan kom ik voorlopig niet meer weg uit Alkmaar. Hij gluurde achterom naar het slapende gezicht van Magda. Haar mascara was uitgelopen, vanaf haar ogen liepen er zwarte vegen omhoog waardoor er een verbaasde uitdrukking op haar gezicht lag. Even vroeg hij zich af hoeveel verbaasder ze zou zijn, wanneer ze ontdekte dat hij niet meer naast haar lag. Maar die gedachte duwde hij snel weg. Geduldig wachtte hij tot haar slaap zich verdiepte en hij haar zwaarder hoorde ademen. Zonder haar te willen wekken en daarmee haar vragen te vermijden (wat had hij moeten antwoorden?) maakte hij zich behoedzaam los uit haar omarming. Daarna draaide hij zich om, haar meenemend in die beweging. Centimeter voor centimeter schoof hij naar de rand van het bed, steeds wachtend om haar ademhaling te checken, en gleed toen behoedzaam uit haar sponde.

Van Toen en nu 13

Nog steeds streelde zijn hand haar been, ook toen ze al bijna boven was. Vlak voor de laatste tree draaide ze zich om. Hij verwachtte een kille opmerking, maar in plaats daarvan zei ze op dezelfde nuchtere toon als ze eerder die avond in het café gebezigd had: ‘Als je het met me wil doen dan mag dat wel, hoor’.
In het halfduister op de trap was z’n uitzicht nog steeds die twee zaligmakende stelten waar hij zich ineens door omstrengeld zag en hij hoorde nog steeds haar stem in zijn oren. ‘Als je het met me wil doen…’ En met een dikke stem alsof hij op zaagsel kauwde zei hij: ‘Ja, graag’.
Ze liep door en op de overloop wees ze op een van de deuren. ‘Dit was de kamer van mijn opa’.
‘O ja…’, zei hij ongeïnteresseerd. Ineens had hij haast. ‘En die van jou?’. Straks bedenkt ze zich misschien of heeft ‘omi’ haar nodig, dacht hij
‘Die daar’. Ze opende een deur. Eenmaal in haar kamer begon hij driftig aan zijn kleren te plukken.
‘Rustig jongen’, maande Magda hem. ‘Ik loop niet weg’. Ook zij begon zich nu te ontdoen van haar kleren.
Voor haar kamer, behangen met posters van Marx, Lenin en Che Guevara, had hij weinig oog. Bij elk stuk textiel dat ze aflegde hoorde hij zijn adem zwaarder ruisen, of was het zijn bloed dat kookte in zijn oren. Wat is het verschil? Z’n broek lag in een acht om zijn enkels en z’n ding, hetzelfde ding wat in de eerste aflevering van deze serie zo’n lullige functie vervulde, wees naar een plek ergens tussen hen in hoog aan het plafond. Ze keek ernaar en glimlachte. Toen ging ze in haar blote vel op het bed liggen, haar aanbeden benen iets en ontvankelijk uit elkaar. Hij boog zich over haar heen en dacht… nou ja, wat hij dacht ging verloren in een gulzige roes. ‘Wacht even’, hield ze hem nog net tegen. Ze zette haar brilletje af en legde die op het tafeltje naast het bed en zei: ‘Doe het nu maar’. En hij deed het. Onder het goedkeurend oog van de grote revolutionairen der aarde deed hij het met haar en onderwijl praatte ze tegen hem en voor eeuwig en immer zou hem dat bijblijven, die hitsige woorden, die meer dan alles opwindende woorden. Vanaf die dag zou hij dat altijd blijven zoeken; sex en woorden. Harde woorden, zachte woorden en dan ook nog sex…

Van Toen en nu 12

Nog altijd kon hij zich verbazen over de manier waarop mensen hun geld wisten te verdienen. ‘O ja, aardappelschraapmachines’, herhaalde hij om niet al te onnozel over te komen. Onderwijl bladerde hij in het vergeelde levenswerk van de heer A. Hitler.
‘Hij kocht ze in Duitsland’, legde Marga uit.
‘En als je er toch bent, dan koop je natuurlijk Mein Kampf’.
“’t Is waar dat-ie erg van Duitsland hield en dan vooral van de mentaliteit daar; alles op orde, punktlich und sauber. Zo was-ie zelf ook’. Ze zocht naar het gezicht van haar opa tussen de foto’s op het antieke bureau.
‘Laten we aan je oma vragen of ze weet dat dit boek hier staat?’, stelde hij voor. ‘Inmiddels is zoiets een collectors item, weet je…’.
‘Neuh…?’, weerde ze af. ‘M’n opa en oma leefden twee gescheiden levens. Vanaf het moment dat m’n oma haar man betrapte met een andere vrouw en vooral ook omdat hij dat charmeursleven niet wilde opgeven sliepen ze zelfs niet meer bij elkaar. Hierboven hadden ze ieder hun eigen slaapkamer’. Ze stond op. ‘Kom maar mee, dan zal ik het je laten zien. Alles is daar nog zoals voordat m’n opa overleed’.
Op de trap naar boven ging ze hem voor. Hij keek naar haar gespierde kuiten die vanuit het duister onder haar rok de ene tree na de andere namen. Hij viel altijd meer op benen dan op borsten. Waar vrienden van hem het altijd over ‘lekkere tieten’ hadden, keek hij meestal om naar een paar mooie benen. ‘Benen, wat heb je daar nou aan’, probeerden ze hem dan om te praten. ‘Die leg je toch opzij…’.
Deze fraaie exemplaren zo vlak voor zijn neus waren benen zoals hij vond dat ze moesten zijn; stevig, niet al te slank en heel licht behaard. Hij wist niet of hij het kon maken, maar hij volgde z’n lust, strekte zijn hand uit en streek over haar prachtig gespierde kuiten en zocht de gladdere binnenkant ervan op. ‘Mooie benen heb je’, zei hij met een begerige zucht.