Dornfelder

Dit keer komt het wijnbericht uit Duitsland. Dat zat zo…
Zijn favoriete rode wijn komt van de Pinot Noir druif. In Duitsland kennen ze een druivensoort onder de naam Dornfelder met dezelfde aardse kenmerken als de Pinot Noir. En dus op naar Duitsland voor een glas onvolprezen Dornfelder.
Duitse wijnen zijn in ons land lange tijd zwaar onderschat gebleven. Dit komt door de pakken ‘Liebfraumilch’ die wij voorheen in grote hoeveelheden wegklokten; een saaie, lichtzoete wijn die veelal niet eens uit Duitsland komt en zijn populairiteit vooral dankt aan zijn uiterst lage prijs. Oorspronkelijk mocht deze wijn alleen uit Liebfrauenstifft-Kirchenstück komen. “Zover als de toren van de kerk zijn schaduw kon werpen”.
De huidige Duitse wijnen, bijvoorbeeld Rieslings en Weissburgunders zijn van een schoonheid om je glas bij uit te likken als je tong lang genoeg is.
Denk er om, ook Dornfelders kunnen lieblich=zoetig zijn. Ga voor de droge variant en dan op een warme dag lichtgekoeld drinken. Rode wijn koelen?
Jazeker, dat doen ze in warme landen al veel langer. En met de huidige klimaatverandering moeten wij dat ook gaan leren. Een kleine opsteker bij al die nare berichten over de opwarming van onze goeie ouwe trouwe planeet.
De wortels van bovengenoemde druif, een van de meest succesvolle kruisingen bij onze anständige oosterburen, liggen in Württemberg, in de plaats Weinsberg. Daar gaf Imanuel Dornfeld de aanzet tot het stichten van de plaatselijke wijnbouwschool. Enfin, we moeten Imanuel eeuwig dankbaar zijn voor zijn inspanningen.
Ze dronken de Dornfelder, hij en zijn vrouw, bij restaurant ‘Däle’ naast de watermolen aan het riviertje de Aa (bekend van de kruiswoordraadsels), vlakbij het Duitse plaatsje Altstätte. Het restaurant staat bekend om zijn ‘goed burgerlijke keuken’. Hier geen moderniteiten als slow food, sushi en frivole wokgerechten, Nee, hier staat een degelijke schnitzel op de kaart en is er een speciale opgang voor rollators. Ook is er een wijnkaart met daarop een Dornfelder. Als die fles leeg is kun je de rollator laten staan.

Quality

Quality

Hij ging met zijn dochter fietsen op Texel. Quality-time heet dat in sommige kringen. Feitelijk is je hele leven quality-time, maar dat is weer een ander onderwerp.
Ze hadden een b&b geboekt en van daaruit vertrokken ze voor hun kilometerslange tocht over het eiland, langs bos en duin, door dal en over heuvel. Het was perfect fietsweer; nauwelijks wind en rond de 20 graden. Beter kan niet.
Uit zijn vorige leven als wijnwinkelier kende hij Casa Molero; toendertijd een importeur van Spaanse wijnen&eetwaren in de Gerard Doustraat te Amsterdam. De zoon van de oprichter zou de zaak overnemen, om die op moderne wijze, met en behulp van de computer –toen sterk in opkomst- voort te zetten. Maar een computer biedt geen samenspraak en uiteindelijk sloot hij de zaak in 2006 om daarna een tapasbar in Den Burg te beginnen. “Hier kom ik weer mensen tegen die iets terugzeggen”, is nu zijn conclusie. Hij schoof even bij aan tafel om de tijden van weleer te laten herleven.
Tijdens dit nostalgisch intermezzo en bij enkele Spaanse hapjes: patatas bravas, tortilla, pan con tomate en pimientos de padrón, dronken ze een flesje Rioja leeg; een Real Rubio, crianza 2014. Een wijn mag crianza heten wanneer ze minimaal 2 jaar heeft gerijpt en tenminste 6 maanden een houtopvoeding heeft gehad in een eiken vat. Pas op, goedkope ‘crianzas’ worden op smaak gebracht met een bundel houtsnippers, die als een grote theezak in de wijn wordt gehangen. En dat proef je.
Maar de Rioja aan tafel was Real; subtiel en zacht en met voldoende stuctuur, passend bij de hapjes en zeker bij dat speciale moment.
Verder genoten ze van hun fietstochten over het eiland. Samen met een kluitje vogelaars zagen ze hoe een kievit met buitelende duikvluchten een buizerd weglokte van zijn nest. Met datzelfde groepje vogelaars zagen ze tientallen paragliders uit de lucht vallen; geverfde vogels die netjes op vliegveld Texel aanstuurden. “Dat wil ik ook”, riep zijn dochter onverschrokken. Ze keek smachtend omhoog.
Op de grond, in de berm van de Jac. P. Thijsse Fietsroute, bloeide het Zandblauwtje, de Bonte luzerne en een Zeewinde. Het landschap was wijds tot aan de verre horizon, de lucht puur en doorwaait met de geur van gemaaid gras.
Wie zei dat ook alweer? ‘De natuur is mooi, maar je moet er wel iets bij te drinken hebben’.

Tieten-bier

Tieten-bier

Dit keer gaat het niet over wijn, maar over bier. Sorry!
Hij was in België, vandaar. Diep verscholen in de Kempen verbleef hij een paar dagen in een boshut.
Zandhoven was op fietsafstand en daar trof hij restaurant ‘Bistecca’, (www.bistecca.be) een gesoigneerde uitspanning met een uitgelezen wijnkaart. Toch koos hij voor een biertje om te beginnen. Het was prachtig fietsweer en een droge mond moet manhaftig bestreden worden. Om te beginnen met een champagne-bier; een ondergistend bier met een lange rijping. Dame Jeanne is de naam; een ‘brut sur lie’, een uitgesproken vol fruitig aperitief biertje, gebotteld op champagnegist.
Op loopafstand van het huisje was nog een restaurant of eigenlijk mag het die naam niet dragen. Het is een schuur die alleen op zondag voor restaurant speelt. Niet eerder heeft hij gegeten in zo’n originele behuizing; er brandt binnen een ruig vuur waarop, als dat erom vraagt, een hele pallet gesmeten wordt. Je hond mag mee naar binnen, waardoor het krioelt van deze ‘mensenvriendjes’.
In de tuin staan houten banken waaraan de baasjes van deze viervoeters beginnen met een dikke bier, die dan tegen een uur of zes wordt meegenomen naar binnen om daar een duidelijke maaltijd bij te nuttigen, so to speak.
Hij at er, voorafgegaan door een portie garnalenkroketten, een uitstekende tournedos en toen hij de uitbater van de ‘keuken’ complimenteerde met de voortreffelijke kwaliteit ervan, schoof deze dit plusje door naar zijn ‘beenhouwer’, zoals een slager wordt genoemd in België.
Bij dit mooie stuk vlees dronk hij een Leffe brune, een overrompelende combinatie bij die eiwitrijke keuze door de gebrande aroma’s van bitter tot caramel.
Bij de garnalenkroketten koos hij voor een ongefilterd Oelegems Titsenbiertje.
Een tieten-biertje noemde hij het, maar daar kon niemand om lachen. Hoe vulgair kun je zijn? Toch doen Belgen dat graag, dat lachen. Het woord ‘titsen’ betekent ‘beroeren/aanraken’ in het Vlaams. Tieten-bier dus.

Iran

Iran

Vorige maand was hij in Iran, een land zonder wijn. Alcohol is streng verboden in deze heilstaat van de mullahs. Zoenen op straat mag ook niet. Voor vrouwen gelden allerlei beperkingen.
Toch ging hij naar Iran, waar de nieuwsgierigheid van haar bevolking naar het westen en onze vrije gewoontes overweldigend is.
’Where are you from?’ is de meest gestelde vraag op straat.
Zeg je dat je uit Holland komt, dan klinkt het: “Welkom in Iran”. Niet eerder kwam hij een nieuwsgieriger -in de goede zin van het woord- volk tegen dan het Iraanse. Ook naar wijn zijn ze nieuwsgierig, maar dat komt omdat het verboden is. Hij dronk er stiekem arak bij mensen thuis. Dat zie je vaker; daar waar veel verboden is gebeurt veel in het geniep.
Ook at hij er het traditionele gerecht ‘ghormeh sabzie’, een kruidige stoofpotje en dat dan samen met een glas coca cola; een barbaarse combi.
Dik vijfentwintig jaar terug, voordat Iran een moslimland werd, was er wel wijn verkrijgbaar. En tot 1760 had Nederland een handelspost in de stad Shiraz, waar het specerijen ruilde tegen wijn. Vooral wijn van de enig bekende druivensoort daar, de Syrah.
Zelf reisde hij niet verder het land in dan halverwege die voormalige wijnstad. Ze zal op zijn lijstje ‘to go’ plekken blijven staan. Shiraz, stad van dichters en verdoemde wijngaarden.
In Isfahan werd hij bij een familie thuis uitgenodigd en kwam er een fles arak -wat zowel zweet als gedistilleerd betekent in het Arabisch- ter tafel. Al gauw kreeg deze visite het karakter van een klandestiene bijeenkomst, alsof het gezelschap aan de dope zat en de fles rondging als een ‘stickie’.
Hij mistte de wijn. De heer des huizes kwam hem tegemoet met een zelfgemaakte rode wijn. Hij nam een voorzichtig teugje, waarop de trotse wijnmaker onmiddellijk de vraag stelde:”En… hoe vind je het? Hem daarbij verwachtingsvol aankijkend.
Dan is het wijs om te zeggen: “Very special”. Altijd een veilig antwoord als het een vieze wijn betreft.

Parijs

Parijs.

Laatst was hij enkele weken in Parijs en hij gaat u vertellen hoe hij daar even de deur uitging voor een boodschap. Eerst naar de Monoprix voor soep, melk en koffie. Daarna naar een wijnspeciaalzaak. Een caviste noemt meneer zich; een gast met een jolig hoedje op. Op de folie waarin de fles gewikkeld was stond gedrukt Un bon vin s’achète chez un Bon Caviste=een goede wijn koop je bij De Specialist. Zo is het maar net. En dat doen ze hier dan ook vol overtuiging.
Het was tegen zessen en ze stonden in de rij voor de kassa. Allemaal kritische klanten, die heel specifiek die ene wijn wilden hebben, passend bij hun maaltijd.
De modieuze mevrouw voor hem zelfs twee flessen. Eén daarvan had de verkoper in het vak liggen en de andere wilde hij uit de etalage halen, maar daar ging ze voor liggen. “Nee”, hield ze hem tegen, “die heeft de hele dag of langer in het volle licht gestaan” Haar felle verontwaardiging vulde de ruimte van voor- tot achetrdeur en zij, de wachtenden in de rij, stonden er bedremmeld bij.
Toen hij aan de beurt was, wees hij zijn flesje ook aan in de etalage: “Cette bouteille là, s’il vous plaît”= Die fles daar, maar inmiddels had de olijkerd zijn les geleerd en haalde zijn exemplaar helemaal onderuit de stelling; een Syrah 2012 Les Terroir d’Altitude. Straks zoek ik mijn eten bij deze wijn inplaats van andersom, nam hij zich voor. Wat te denken van een schaaltje charcuterie bij de traiteur met wat stokbrood?
Heerlijk toch, zo’n grote stad waar mensen lastig kunnen zijn, maar wel geld voor kwaliteit over hebben. Ze gaan hier tegen sluitingstijd nog even gauw naar de wijnboer voor een flesje bij het avondeten. En dan is er vijftig meter verderop nog zo’n drukke wijnzaak.
Het eerste glas uit de fles was iets te koud en de wijn daardoor wat hard. Daar had hij als ervaren ‘wijnoloog’ om moeten denken. Foutje.

Geluk

Alle Geluk

Voor de laatste keer verblijven we met deze vertelling in de Minervois, waar hij lang geleden woonde. Het is het jaar nadat hij er de druivenpluk deed en inmiddels is hij weer woonachtig in het grijze Holland. De kranten maken melding van hoog water in de Rijn en de CAO-onderhandelingen in de metaal zijn weer eens vastgelopen.
Nog één keer moet hij terug naar Frankrijk om wat zaken af te ronden en samen met een vriend, tuk op een weekje er tussenuit,vangen ze de reis aan naar het zonnige zuiden.
Bij de Cave Coöperative in Pepieux staat nog steeds tien liter wijn in depot, omdat de druivenpluk niet alleen met centjes wordt beloond, maar ook met twee liter wijn per gewerkte dag.
Eenmaal gearriveerd, is de eerste gang naar het restant van de wijn en daarmee rijdt ons duo spoorslags naar zijn huisje, bovenop een berg.
Dan begint een weekje cocooning zonder weerga. Na alle lange kilometers in de auto hebben ze geen zin om opnieuw in dat stuk blik te kruipen.
Overdag genieten ze van het heldere uitzicht op de besneeuwde pieken van de Pyreneeën en s’avonds kijken ze uit over de donkere vallei, waar lichtjes de plek verraden van de dorpjes beneden hen. De hangmat tussen boom en muur is zo weer opgehangen en ze verdoen hun dagen met praten&lezen dat het een lieve lust is.
In zijn inmiddels overwoekerde tuintje bij de bron vinden ze nog wat prei en worteltjes en een gewas dat de Fransen blet noemen, een soort uit de hand gelopen spinazie. Daarvan eten ze elke dag en iedere dag maakt zijn vriend daar een ander sausje bij zodat ze toch heel gevarieerd eten. Ook de wijn past er prima bij, een persing van voornamelijk garignan. Meestal past lokale wijn uitstekend bij lokale gerechten. Van oudsher is dit door de bevolking op elkaar afgestemd.
Als hij persé van zijn berg af moet om beneden iets te regelen, weet hij niet hoe snel hij terug moet gaan: terug naar de gesprekken, het uitzicht vanuit de hangmat en de smulwijn.

Oude liefde

Oude liefde

Tijdens zijn verblijf in de Minervois, waar hij toen woonde, bezochten hij en zijn toenmalige vriendin een Franse kennis, die kort daarvoor een wijngaard had geërfd. Dat stuk grond zat al heel lang in de familie en hoewel zijn kennis zich nooit met het maken van wijn had bemoeid en een onbezorgd en voornamelijk bezoldigd leventje leidde, moest hij ineens gaan nadenken over wat hij met die wijngaard, nog in vol bedrijf, aanwilde: opdoeken? verpachten? zelf exploiteren?
Kortom, hij was bij een splitsing op zijn levenspad aangekomen en voelde de druk van de familietraditie op zijn schouders.
Al met al was het een genoeglijke samenkomst bij een glas lokale wijn en op het eind van de avond kregen ze een flesje van het domein mee; zonder etiket en onder een dikke laag stof. “Een typisch zuid franse blend van grenache en mourvedre: werd erbij gezegd. “Kruidig&fruitig tegelijk. En”, wist zijn kennis bij het toestoppen van zijn gift nog te melden: “De laatste oogst van mijn overleden vader. Een uniek flesje”.
In zeker opzicht was de hele avond uniek. Op weg naar huis in het pikkedonker stonden de sterren boven hun hoofd in de juiste positie te fonkelen aan het firmament. De lucht was dik van de lavendelgeur en ze voelden zich innig verbonden met elkaar. Geluk lag voor het grijpen.
Later, toen hun verhouding in gruzelementen lag, probeerden ze bevriend te blijven en hebben ze dat flesje samen leeggedronken; een blend van oude liefde&vriendschap.